Als gij in uw huis zit - pagina 40
;
„Wie
bestaan voor Gods koude?''' vraagt de Psalmist, en metterwaarmede God alle leven kan doen stukvriezen is ontzettend. Aan noord- en zuidpool is die koude reeds zoo vreeselijk, dat geen menschelijke borst er, ais het op het felst gaat, meer adem kan halen. En door neergelegde thermometers heeft men op de toppen der hoogste bergen een koude waargenomen, waarbij alle leven ophoudt. En toch, wat is zelfs die koude nog vergeleken bij de koude die God heeft in de uiterste uiteinden zijner schepping, aan allen glans en gloed gespeend? Zoo is er genade in de matigheid waarmee God voor u, op deze aarde, de warmte en de koude afwisselt. De ééne maal kon Hij u verzengen, een ander maal u doen verstijven. Daarin dat Hij zijn koude u aldus getemperd toezendt, spreekt derhalve zorgende, spreekt bewarende genade. Maar toch zonder ernstig vermaan gaat geen winter voor ons voorbij en altoos zijn er onder onze ouden van dagen, of onder onze zwakken van borst, licht vatbare naturen, die zelfs voor die getemperde koude niet bestaan kunnen, en voor wie die winter een bode des doods van
daad
zal
de
hun God
koude
is.
nog haalden, er zou nog hope zijn; maar de kwaad," zoo luidt dan het moedbenemend getuigenis, en telken jare moet door de sneeuw heen in den harden grond weer graf na graf gegraven, om er de bezwekenen voor Gods koude in bij te zetten. y,Als ze het voorjaar
winter
is
Zoo diep in het leven ingrijpend, zet die „koude Gods" ongemerkt heel het karakter, heel de wijze onzes levens om. 's Zomers zijn we als vogelen die uitvliegen. In huis bijna niemand, alles naar buiten, om te genieten van lucht en zon. Maar in den winter trekt alles in huis saam, om de onherbergzaamheid daar buiten te ontvlieden.
huishaard
Dat die
verrijkt
gelukkige
dan stille
het huislijk leven. wereld terug, die
Men men
vindt aan den in het gewoel
des levens zoo veelszins verloren had.
De stemming die naar binnen, in stee van naar hdten doet keeren, werkt dan ook door op ons persoonlijk leven. De ernst des levens dringt zich meer aan de ziel op. Er is meer tijd voor ernstige lectuur. Rustiger, en daardoor minder oppervlakkig, worden de gesprekken. Zelfs het kerkelijk leven neemt in den winter rijker verhoudingen aan. Er wordt voor zooveel het werk aan huis te doen meer afgedaan. En stellig mag gezegd, dat een leven met altoos zomer, ons geestelijk armer zou doen zijn, terwijl nu telkens de winter ons leven komt verdiepen. Ook hierin nu is de winter een dienstknecht Gods, uitgaande, om
is,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's