Als gij in uw huis zit - pagina 240
,
228 gul en volmondig dient toegestemd, dat er achter het streven, dat er in uitkomt, een drijfkracht van waarheid zit. Het overgroote grondbezit komt uit zonde op druischt tegen de ordinantiën Gods in en loopt er op uit, dat het van God gestelde verband tusschen het land en de inwoners van dat land wordt verbroken. Reeds Galvijn wees er in oude dagen op hoe dwaas het toch is, zijn huis te willen vergrooten, tot er allerlei kamers in leeg staan, terwijl anderen nauwlijks de noodige plek hebben. Of ook hoe onzinnig, , zooveel land aan zich te trekken, zoodat er van af moeten, wie God er op geplaatst heeft, terwijl toch de aarde ons als gemeenschappelijke ;
:
verblijfplaats
En
in
is
aangewezen".
gelijken zin schreef een vorst
Delitzsch:
„Zij,
onder de uitleggers onzer eeuw,
die onverzadelijken, ze rusten niet, alvorens alle klein
landbezit in groot landbezit
is
opgeslokt.
waar de Goddelijke wetgeving van het landbezit had ingesteld."
Israël,
Een zonde
juist
te
gruwelijker in
een gelijkmatige verdeeling
Zeer stellig ligt in Jesaia's uitspraak dan ook een besliste en krasse veroordeeling van het brengen van halve landstreken aan één eigenaar.
Dat mag niet. Dat moest de Overheid zelfs niet dulden. En toch, het bange eerste Wee u ! waaruit straks de
Wee
voorvloeien,
u's !
zoodanig,
keert
vijf
andere
zich niet tegen verkeerd landbezit, als
maar tegen den zondigen geest die er zich in uitspreekt. Wee u! vloekt en verdoemt in eiken mensch en in elk
Het eerste
volk, de zondige neiging,
maken
,
altoos
meer
Het
is
en
het levensideaal te stellen in het fortuin
van
maar
altoos
meer
eigendom
geld.
een
Een Wee u of
om
verkrijgen
het
in
koorknaap
Wee u !
tegen de onheilige koorts van het kapitalisme. en tegen een iegelijk die als priester het outer van Mammon den dans der hebzucht en
tegen
om
!
Mammon,
der schraapzucht meedanst.
Dat er ook een protest in dat Wee u ! ligt tegen de oude, zondige gewoonte, om voor enkele gegoede gezinnen heel een gracht, met overgroote huizen en tuinen in beslag te nemen, terwijl de talrijke gezinnen uit den lageren stand in kelders, krotten en sloppen werden weggestopt, spreekt vanzelf. Galvijn geeselde dit bedrijf terecht als een eerzucht en ijdelheid en onbarmhartigheid, die we veroordeelen moeten. Ja reeds Ghrysostoinus ontza;; zich niet zijn Byzantijnsch gehoor te kastijden met de woorden „Uw hebzuchtige zin gaat zóó ver, dat ge aan de armen ten leste ook het zonlicht en de vrije lucht zoudt benemen." :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's