Als gij in uw huis zit - pagina 207
195
nu het leven waaruit ik te leven heb, dat zijn de personen uit mijn kring moet vormen, dat is het huis waarin ik gelukkig moet zijn, dat is de arbeid waarin ik mijn schik moet vinden, die trekt zijn oog van het andere en meerdere af, trekt zijn blik samen op wat hij heeft, en ontdekt nu allengs, hoe er een schat, een altoos grooter wordende schat in dat gewone leven schuilt, dien God er in Dat wie
is
ik
besloot,
—
maar
dien
hij
er niet in zag.
Nederlandsche Christenen, kunnen dat verstaan, omdat is geworden, om die kostelijke gave van het stille gewone burgerleven tot zeldzaam hooge ontwikkeling te brengen. Juist in den bloeitijd van ons geestelijk leven, toen het Calvinisme den toon aangaf, heeft ons Christenvolk zich niet vergaapt aan vreemde of buitengewone dingen, maar er zich op toegelegd, om het huishjk leven, het gewone beroep, den alledaagschen arbeid, de gansch ordinaire levenskringen, zoo rijk mogelijk te ontwikkelen, er smaak en zin voor aan te kweeken, en over te vloeien van lof en dank voor den ongemeenen schat van stoffelijk en geestelijk geluk beide, die juist in dat gewoon menschelijk leven te vinden was. Zelfs vreemdelingen hebben daarom het leven onzer vaderen bewonderd, dichters hebben het bezongen, en kunstenaars hebben het in onzen landaard geroemd, hoe juist het Calvinisme het aanzijn gaf aan die heerlijke, nog heel de wereld door beroemde schilderschool, die meest Vooral
wij,
het ons bovenal gegeven
altijd
van
dat ordinaire leven afschilderde, en er de uitdrukking in tooverde
vergenoegdheid en innerlijken schik. nu de Prediker daarbij telkens het eten en drinken op den voorgrond schuift, is geen feil, maar moet zoo zijn. Want „eten en drinken", dat is de huïslijke maaltijd, en die huis\\ike maaltijd, vooral het middagmaal, is metterdaad de kroon van het huislijk leven. Dan komen allen saam. Saam geniet men in elkanders bijzijn. Men voelt zich als één gezin. Men geniet de vrucht van aller gemeenschappelijken arbeid. Saam looft en dankt, saam bidt en smeekt men. En door dat saam genieten gesterkt, keert een ieder weer tot de rijke taak van het gewone leven terug. rijke
En
dat
En doet nu dat zoeken van „vergenoeging" in hel alledaagsche leven te kort aan den bloei van het geestelijke leven? Maar immers juist, toen die innerlijke „vergenoeging" het kenmerk van onzen landaard was, heelt hier het geestelijk leven het meest gebloeid. Juist
dat
stille
alledaagsche leven kweekt godsvrucht, en eerbaarheid,
en houdt den jongen
man
in
toom en
teugel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's