Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 165

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 165

2 minuten leestijd

153 Dienstmaagden, die van dezen heiligen band misbruik maken, om de huisvrouwen het door God bescheiden deel van trouw en eere te onthouden, zondigen daarom grovelijk. Maar ook zondigt de huismoeder, die

aan haar dienstmaagden het door dienzelfden God haar bescheiden trouwe zorge, en van waardeering van haar diensten

deel van liefde en

onthoudt.

Onze vaderen hadden het zoo goed

maagden

ingesteld.

Ze namen hun

dienst-

leden van het gezin op. Onze Calvinistische huismoeder verkeerde met haar dienstmaagd op voet van moederlijke vertrouwlijkheid. En toch bezaten ze plichtsbesef genoeg, om ze niet te verwennen, of de ordinantie van het „dienen" haar kracht te doen als

verliezen.

Nu nog zitten we aan één Disch des Heeren met onze dienstmaagden Nog bestaat in de meeste Ghristengezinnen de loffelijke gewoonte, men saam bidt, en saam Gods Woord leest, en saira zijnen lof

aan. dat

bezingt.

En zeker ook dat is een „bescheiden deel", maagden toekomt. Maar het is niet genoeg. Dat saam bidden houdt veeleer een oordeel

dat aan onze dienst-

in, zoo het overslaat tegen een gescheiden leven op gespannen, op twistenden voet, en een reuke, die Gode welgevallig is, kan dat saam in het heilige verkeeren dan alleen voor onzen God zijn, zoo het de uitdrukking is van een vriendelijke, aangename verstandhouding in het gezinsleven, en zoo het het goede in die verstandhouding sterkt en voedt. Niet om onze dienstmaagden van haar plaats te rukken. Haar blijft het „dienen" aanbevolen, en mits ze dit doen als „dienende niet de

menschen, maar den Heere" zullen ze hierin gelukzalig zijn. Maar gelijk het God den Heere beliefd heeft, ons te stellen tot zijn dienstknechten en zijn dienstmaagden, en nochtans met vaderlijke trouw over ons te waken en kinderlijke liefde van ons aan te nemen, zoo ook zal het in ons huisgezin zijn. Dienen als dienstmaagden, maar tegelijk beweldadigd door „moederlijke" gezindheid, en met iets van „kinderlijke trouw" dit bescheiden deel van Hefde beantwoordend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's