Als gij in uw huis zit - pagina 148
!
136
„De man
vader en moeder verlaten en zijn vroiiv7 aankleven", de uitgesproken, dat de band des bloeds den band naar heuze niet mag tegenhouden, ja, dat, waar beide in strijd komen, de band des bloeds wijken moet? Is de roepstem die tot Abraham uitgaat: „Ga gij uit uw land, en uit uw maagschnp'\^ niet het parool waardoor geestelijke roeping, geestelijke levenskring, en dus ook geestelijke "band, boven den zal
grondgedachte
natuurlijken wordt gesteld? En als Jezus zegt, dat wie den wil doet zijns Vaders die in de is, veel meer dan zijn maagschap, voor hem een broeder en een zuster is; of ook elders ons toeroept, dat, wie niet verlaten kan vader of moeder of eigen kind om zijnentwil, zijns niet waardig is, spreekt hierin dan niet dezelfde Goddelijke ordinantie, dat beide, de natuurlijke en de geestelijke band recht hebben, maar dat, zoo dikwijls er strijd komt, de lagere natuurband voor den hoogeren geestesband de vlag moet strijken? Toen het kindeke Johannes geboren was, kwam beide tegelijk uit. Eerst de band van maagschap, die uit het gezin sprak toen ze zeiden „Er is niemand in uw maagschap, die met den naam Johannes genaamd wordt". En toen de band. des geestes, die met Zacharias aan het woord kwam Los van alle maagschap, moet zijn naam Johannes zijn, met het oog op zijn geestelijke roeping. Niet Zacharias, maar Johannes zou zijn naam wezen
hemelen
—
:
:
Ook
onze Ghristengezinnen veroorzaakt* die tweeërlei band soms strijd, als we een familie achter en om ons heen hebben, die niet met ons den dienst des Heeren zoekt. Dient gij den Heere in uw huis, en staat zijn dienst even hoog in de gezinnen van uw familie, dan wordt de band van maagschap door den geestelijken band niet losgemaakt, eer versterkt. Maar zijt ge zelf uil een 7^^e^geloovend geslacht door wonderen der genade naar den dienst des Heeren getrokken, dan is het in uw huis en in het hunne niet dezelfde levenstoon, ontstaat er onwillekeurig zekere verkoeling, en brengt de geestelijke tegenstelling tusschen u en hen vanzelf zekere spanning 'm de wederzijdsche verhouding. Dat doet dan tweeërlei neiging geboren worden^ die beide te ver kunnen gaan. Eenerzijds de neiging, om nu men geestelijk tegen elkander overslaat, den band der maagschap voor niets te tellen. En anderzijds de neiging, om, ter wille van den familieband, het geestelijke niet aan het woord in
moeite en
te laten
Dit zijnde,
komen. dan ten slotte zoover, dat men, onder zijn familie des lieven vredes wille, schaamteloos zijn Heiland verloochent;
laatste gaat
om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's