Als gij in uw huis zit - pagina 46
34
Maar is de zomer weer gekomen, dan lokt de natuur ons weer naar buiten. De volle indruk van Gods heerlijke schepping dringt weer op ons aan. De natuur drukt ons weer aan haar hart en doet ons weldadig aan door haar zachte omarming.
We
worden weer
als kinderen,
die genieten in
wat God
te
genieten
geeft.
En
weer meeleven met de natuur verjongt de lichaamskracht, en ontsluit ons hart voor reiner gewaarwordingen. pleegt de woeling en worsteling der geesten in de zomer-
dat
verrijkt het bloed,
Zelfs
rusten, als weigerde men het genot te storen, dat God gunt. zomerweelde ons in de sluiten wekenlang. De volksjeugd heeft vrij af. scholen Zelfs de broeders kinderen, en zusters leven weer den lieven vollen Ouders en samen. dag Zelfs de zwaarmoedigste voelt aanvallen van blijgeestigheid over zich komen. En het eind van alle ding is dat er gelukkiger wordt geleefd. En wel dreunt keer op keer de donder van den hooge, en schiet de bliksem door het zwerk, als om den mensch aan zijn God indachtig te maken, en te midden van zooveel weelde zijn God niet te doen vergeten, maar zelfs dat onweder laat een zegen achter, en als de lucht weer helder wordt, en de zon weer doorbreekt, wordt er voller nog dan eerst, door al wat adem heeft, genoten.
maanden
te
de oogst er nog niet. De oogst valt in de herfstdagen. Althans de oogst van de fijnere vrucht. En zoo draagt alles samen het karakter van voorbereiding voor den oogst die eerst daarna komt. In de weelde van den zomer gaat het werk Gods, dat op de vrucht
Toch
is
doelt, rusteloos door.
Er is glans, er is rijkdom en pracht, er is geur en keur van bloesem en van bloemen, maar in dit alles doelt het leven der natuur op een nog hooger iets. De weelde van den zomer is niet enkel om die weelde, maar vindt haar voleinding eerst als straks de volle oogst wordt binnengedragen.
te
En hierin ligt het vermaan tot ernst. Ook in ons menschelijk leven mag veel schoons zijn, en ons veel genieten worden gegund, maar in dat schoone en in die weelde
mag
ons leven niet opgaan. het schoonste en rijkste leven is waardeloos, als er ten slotte niets anders uitbot dan blad. Straks komt de hemelsche Landman om ook bij ons de vrucht te zoeken. En wee hem, aan wiens takken, in de ure als zijn leven wordt afgesneden, de vrucht, de welgerijpte vrucht voor de schure des hemels
Ook
wordt gemist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's