Als gij in uw huis zit - pagina 156
144 of wilt ge nauwkeuriger nog, hij denkt aan de Isthmische spelen, die vlak bij Gorinthe plachten gevierd te worden. En bij die spelen had Paulus gezien, hoe een slecht worstelaar wel met de vuist naar zijn tegenstander sloeg, maar hem niet raakte, en dus in de lucht sloeg. Maar ook hoe een goed w^orstelaar zijn
tijd,
tegenstander kreeg, en
En zoo
terdege
hem nu
raakte,
hem
overweldigde
nu, zegt Paulus, worstel ook
Ik strijd
onder
en
de knie
in triomf voortsleurde als zijn buit.
met mijn lichaam
niet bij
ik
met mijn lichaam.
manier van een spiegelgevecht;
als ik mijn lichaam aanval, sla ik niet mis, niet in de lucht, maar raak; en de uitkomst is, dat ik mijn lichaam er onder heb, de baas over mijn vleesch ben, en als overwinnaar vrij over mijn lichaam
beschik. Alle ding
vermag
ik
door Christus, die mij kracht
geeft.
Hoe
is dit nu te verstaan ? Als mensch bestaat ge naar
ziel en lichaam maar die twee staan lichaam en ziel uiteen worden gescheurd in den dood, blijft uw ziel zonder lichaam toch voortbestaan en leven en genieten, maar uw lichaam zonder uw ziel is een lijk. Zoo zetelt dus uw ik, uw persoon, niet in uw hchaam, maar in uw ziel, en is uw hchaam dus niets dan een instrument, dat God aan uw ziele gaf, om zich te kunnen openbaren en met de zichtbare wereld en met uw medemenschen gemeenschap te kunnen hebben. Zóó toch is de werking van uw ziel op uw lichaam niet verbroken, of het leven om u heen valt voor u weg. Dat merkt ge ten deele reeds in den slaap. Sterker nog als iemand gechloroformiseerd is, en als men hem een been kan afzetten, zonder dat hij het merkt. En ook als iemand van zichzelf valt, gelijk het volk dit uitdrukt, maar dan ook van zichzelven niets afweet. In zooverre is dus uw ziel aan uw lichaam gebonden en van uw lichaam afhankelijk. _
niet
gelijk.
Stel toch,
Immers,
iemand
;
als
wil zondigen, wat zonde is er dan, die hij zonder lichaam uitvoeren en volbrengen kan ? o, Gewisselijk, hij kan in zijn geestelijke gedachten voor God zondigen, zonder dat iemand er iets van merkt, en de ontzettende worstehng tusschen ons ik en onzen God, die op de algeheele verloochening van ons diepst verborgen ik voor God moet uitloopen, schuilt geheel in de ziel. Maar die ééne principieele zonde nu uitgesloten, wat zonde is er dan, die niet het lichaam raakt? Als er toch onreine lusten in u opkomen, begeerte naar geld en genot, nijd tegen den broeder, en wat niet al meer, zoo zijn immers
de hulp van
zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's