Als gij in uw huis zit - pagina 143
131
geschapen
is,
Nog komt
aan zijn lot mag worden overgelaten, en de broeder veronachtzaamd. zoo in afgelegen streken voor, in dorpen v^aar geen
niet
in Christus niet dit
Nog
geldt deze plicht in vollen zin, in die nieuw bebouwde streken van Amerika, waar men van hoeve op hoeve reist. In onze Oost-Indiën heeft de eenige Europeaan die in een dessah woont, zijn huis voor eiken blanke die doortrekt open te zetten. En zelfs in sommige onzer dorpen komt het nog herhaaldelijk voor, dat men althans een plek der ruste in den hooiberg aan den doortrekkenden marskramer niet durft weigeren. Toch werkt in dit alles slechts de flauwe afschaduwing na van wat de heilige plicht der herbergzaamheid eenmaal geweest is. Het leven en het saamleven der menschen is zoo heel anders geworden, en daarmee ook de verplichting die de herbergzaamheid
herberg
is.
ons oplegt.
Veelal in tweeërlei opzicht spreekt die verandering sterk. Ten eerste hierin, dat er thans allerwegen goede gelegenheid om te vernachten is voor eigen geld, en dan natuurlijk moogt ge anderen, die u vreemd zijn, niet tot last wezen. Of ook, als er wel gelegenheid maar het geld ontbreekt, kan op aller kosten door de gemeente, is, of privatelijk door Christelijke liefdadigheid, in wat ontbreekt voorzien
worden.
Maar wat bovenal zoo afdoende verandering teweegbracht, is het opkomen van het geslacht der vagebonden en landloopers, veelal op zinnende rondtrekkers, die de gastvrijheid slechts misbruiken te loeren op misdrijf. Zij vooral zijn het, die de gastvrijheid ontheiligd, en haar aiouden bloei onmogelijk hebben gemaakt. Vandaar de nieuwe vorm, dien de gastvrijheid allengs aannam, door het verschaffen van een onderkomen aan wie rondzwerft, en door het stichten van allerlei huizen, waar de vreemdeling geherbergd wordt. Gastvrijheid in den aiouden zin bestaat nu alleen onder aanverwanten, vrienden en bekenden, en, mits ze brieven van aanbeveling hebben, onder broeders in Christus. diefstal
zouden
om
Toch heeft daarom het apostolische vermaan, dat ge trachten zult naar herbergzaamheid, ook in onze dagen nog allerminst zijn kracht verloren. Of kent niet een ieder in zijn kring die tweeërlei soort gezinnen wel, waarvan de ééne zich opsluiten in zich zelf, en de andrre als gastvrij en gaarne herbergende bekend staan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's