Als gij in uw huis zit - pagina 228
216
En dan, wal ge dan noodig hebt, is dat ge weer levendig wordt gemaakt, en dit nu juist, zegt David, is wat de Heere in zulke oogenblikken aan u doet. Ook al waart ge reeds weggezonken, dan nog trekt zijn liefde u weer als drenkeling op den oever, en al schenen de levensgeesten reeds
weer
in
u
uitgebluscht,
Hij
brengt
u
weer
bij,
uw God maakt
u
levendig.
En dan merkt ge van
achter wel, dat ge zonkt door eigen schuld, verbeelding u bedrogen had, en de benauwdheid niet zóó donker was, als gij gewaand hadt, maar dat doet er niet toe. Zóó en niet anders stond het voor uw ziel. Zoo somber boog de schaduw over u. En dat ge nu w^eer opleeft, en weer het hoofd opheft, en weer uzelven zijt, dat dankt ge eeniglijk aan de genade, aan de liefde en aan de vertroosting van uw God. Hij zag u zinken, en daalde tot u af in de diepte uwer benauwdheden, en Hij toog u weer op uit die zeer diepe wateren. dat
uw
o, De wereld is zoo wu-eed, niet uit haar zelf, maar omdat ze zich door Satan inspireeren laat, en terw^ijl nu die stroom van benauwdheden voortgaat bij dagen en bij nachten het arme menschenkind, nu in dit huis en dan onder dat dak te verschrikken, neemt ze dien kostelijken Bijbel van hem w^eg; schuift ze voor die oneindige barmhartigheden van onzen eigen Hoogepriester een gordijn; en als het dan alles, alles donker om hem heen wordt, een grauwe hemel zonder een enkele star, die meer licht; dan komt die wreede wereld en wijst hem op een revolver om zichzelven dood te schieten, of op een koord om zichzelven te verhangen, of op een diepen stroom, om zich in te
—
verdrinken. Dat doet dan Satan, al gebruikt hij er de wereld voor. En als dan de tot stikkens toe benauwde mensch tusschen die twee staat, tusschen die roerende, reddende, alles te boven gaande ontferming van zijn God, en dien moordkreet van Satan in zijn hart, waarom, waarom zijn er dan toch nog die den Heiligen Geest bedroeven, en zijn liefde verachten, en kiezen voor Satan ? Helaas, waarom anders, dan omdat ze voor die onlfermihgen huns Gods in den dag des voorspoeds het oor hadden dichtgestopt? Dan roept die God van alle ontfermingen wel, maar zij niet die het
hooren kunnen.
En toen, toen ze in den dag des voorspoeds hun God vergaten, toen hebben ze zich den dag des kwaads bereid, waarop ze weerloos en machteloos vallen zouden in de handen van Satan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's