Als gij in uw huis zit - pagina 145
133 zoozeer kan bevorderd worden, als door een gelukkig verkeer, een verkeer naar Gods ordinantie, tusschen onze huismoeders en hare dienstboden. Maar ook dat er door weinig oorzaken zooveel gif tusschen stand en stand komt, als juist door den gespannen voet waarop zoo menige huisvrouw met haar dienstboden leeft. Vergeet niet, dat die dienstbode straks huwt, de vrouw van den „werkman" en de moeder van jonge „gezellen" wordt, en dat het zoo alles scheelt, of die „vrouw" en moeder den opkomenden storm helpt keeren, of wel dat ze dien storm van drift en hartstocht aanblaast. Ook in het werkmansgezin is de invloed van de vrouw vooral zoo groot.
De verantwoording, die elke huisvrouw voor haar „dienstmaagden" daarom niet zwaar genoeg op de consciëntie wegen. Ook hier schuilt een zedelijke verplichting jegens Hem, die aan de ééne vrouw het recht verleent om bediend te worden, en aan de draagt, kan
om te dienen oplegt, en van de wijze waarop ook nagekomen, zal eens rekenschap worden gegeven. Wat nu het in juist verband zetten van deze „bedienende" en deze „dienende" vrouwen zoo bemoeilijkt, is het gemis aan beschreven recht. Het drijft alles op gewoonte en usantie en op plaatselijk gebruik. Vandaar de moeilijkheid, om in zoo menig geval uit te maken, wat mag en wat niet mag, want natuurlijk ook wie dient, dient niet op willekeur, maar wil zich beschermd weten door zeker geldend recht. Zoolang nu dit gewoonterecht vrijwel vaststond, Hep dit wel. Maar juist in onze dagen is dit gewoonterecht bezig allerlei wijziging te ondergaan, hi Amerika is die verhouding tusschen huisvrouw en andere den plicht deze plicht
is
dienstmaagd reeds
ganschelijk
gewijzigd.
Hier
te
lande
is
ze reeds
veel gunstiger voor onze dienstmaagden
dan
En
waarop eerlang deze
kwalijk valt nu reeds te profeteeren,
in het oosten
van Europa. in
gang
zijnde vervorming uit zal loopen.
Maar onderwijl ondervinden onze huismoeders al het ongerief van deze onzekerheid, en boeten daarin de zonde van de huismoeders van een vorig geslacht, die van de afhankelijkheid en hulpeloosheid harer dienstmaagden zoo veelszins misbruik maakten. Dit leidt dan tot dat gedurig „opzeggen" van den dienst van beide zijden. Dat gestadig „veranderen" maakt de wederzijdsche betrekking al losser. Het hart raakt er geheel buiten. Het echt menschelijke raakt er uit weg. Men houdt niet anders over dan machines die gebruikt worden. Of waar het
de
y^hescheiden'"'
gloed
van het hart nog opvlamt,
is
het altoos voor
deel.
Een deel dat „de dienstmaagd" aldoor krapper wil nemen.
steeds
uitzet
en de „huisvrouw"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's