Als gij in uw huis zit - pagina 134
:
122 Ik bid U, Vader, niet dat Gij ze uit de wereld bad het in Joh. 17 wegneemt, maar dat Gij ze bewaart in de wereld. Vóór Christus tegen de wereld te strijden is de levensroeping óók voor onze kinderen. Daardoor alleen kunnen ze eens de kroon verwerven. En natuurlijk tegen de wereld strijden kunt ge niet als ge in een hoek blijft zitten. Daartoe moet ge in de wereld uitgaan. En als een schaapke der kudde u wagen midden onder de wolven. Zoo moet gij doen, en zoo moet ook uiu kind doen. Edoch, niet voordat het klaar, voordat het gerijpt, voordat het welgewapend en :
toegerust
is.
zulke ouders het volstrekt niet. Ze zeggen niet zoo vroeg rijp en brandt zoozeer van ijver voor den Christus, dat hij nu reeds onder de wolven wil om voor zijn Heiland
Maar zoo bedoelen
„Mijn te
zoon
is
strijden."
Neen, niets daarvan. Als er zulk een ijver voor den Heere Jezus door hen in hun zoons gekweekt was, zouden ze de eersten zijn, om hun kinderen naar een school te zenden, waar de Christus in eere is. Maar juist dezen ijver hebben ze wze^ van kindsbeen af aangekweekt. Die ijver is in hun kind niet ontvlamd. Vandaar dat hun kinderen die wolven zoo lief en zoo prettig vinden. En nu zeggen: „Vader, laat u mij liever onder die wolven gaan. Zoo flinke, forsche dieren. Daar bij die schapen is het mij zoo laf." „Nu, mijn jongen, dwingen wil En dan antwoorden zulke ouders ik u niet. Als het uw leven veraangenamen kan, welnu, ga dan onder de wolven. Maar laat u niet bijten. Pas op." o,
:
Zoo en niet anders is de toestand. Een toestand alleen daardoor mogelijk, dat men
zijn eigen inzicht hoven Jezus' uitspraak stelt, en niet wezenlijk gelooft wat Jezus zegt. Dat men wel zoo in het algemeen in Jezus gelooft, maar zich niet gevangen geeft onder zijn woord. Iets, dat geeft men dan wel toe, is er van aan. Er zijn wolven onder. Maar vooreerst zijn ze dat niet allen. Er dan er zijn wolven en wolven. En althans van die heel woeste, grijpende wolven zijn die mannen niet. Zelfs zijn er heel lieve wolven onder. En na zich zoo reeds door allerlei ondiepe, zwakhoofdige voorstellingen te hebben verzwakt, gaat men verder ongeveer aldus redeneeren „Mijn kind is altoos bij het Bijbellezen geweest. Ik ben hem altijd goed voorgegaan. Bepaald vijandig is hij dan ook niet. En bovendien, als hij onbekeerd is, helpt het toch niet, of ik hem naar een Christeen als hij waarlijk een kind des Heeren is, zal lijke school stuur zijn Heiland hem ook onder de wolven wel bewaren." :
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's