Als gij in uw huis zit - pagina 48
VIII.
y
ROEGRIJPE VRUCHT VOOR DEN ZOMER, (z O
En
ME
E.)
de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads,
die op het hoofd der zeer vette vallei
is,
zal zijn
eene
vroegrijpe vrucht vóór den zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijne hand is, slokt hij ze op.
gelijk
Jes.
28
:
4.
Wel beschouwd kent de Schrift slechts tivee jaargetijden: zomer en winter. Dat hoort ge in de Godspraak na den Zondvloed „Voortaan, alle de dagen der aarde, zullen koude en hitte, zomer en winter niet ophouden." En noch van de lente, noch van den herfst beluistert ge den klank. Evenzoo heet het in Psalm 74:17, met verzwijging van lente en herfst: „Zomer en winter hebt Gij geformeerd." En in het gezicht van Zacharias (14:8) wordt gezegd, dat er „levende wateren uit Jeruzalem zullen vlieten, en dat deze wateren des zomers en des winters zullen zijn. Lente en herfst zijn overgangen, ze vormen geen tegenstellingen. Er is koude of hitte, er is leven of dood, er is licht of donkerheid, en al wat daartusschen ligt, moge in graad verschillen, maar is geen derde nieuw iets. Als Jezus dan ook zegt: „Leer van den vijgeboom deze gelijkenis. Indien nu zijn tak teeder wordt en zijn blad uitspruit, zoo weet ge dat de zomer nabij is,'' en ge uit Matth. 21 19 merkt, hoe reeds :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's