Als gij in uw huis zit - pagina 265
253 saamvat. Een zelfde ivee u ! voor wie er zich op beroemt, zoo en zooveel drinken kan, en tegelijk voor den goddelooze, die als rechter zit en toch het recht verkracht. En let er nu op, hoe al dit booze kwaad, aan het eind van den doorloopen weg, in zijn oorsprong terugkeert. Met geldzucht begon het, en in rechtsverkrachting voor geld eindigt het. Het geld, zegt men, is de zenuw van den oorlog, maar het is ook de zenuw van de zonde in haar booze ontwikkeling. Onder al haar ontwikkelingsvormen is en blijft de geldzucht een wortel van alle kwaad.
wee
u
dat
hij
!
Zoo lang in den mensch de worsteling tusschen goed en kwaad nog aanhoudt, loopt hij de zonde wel na, en geniet er in als hij ze grijpen kan, maar met dat al heeft hij toch liever, dat het niet gemerkt wordt, en hlijft hij zijn best doen, om een goeden dunk van zich te vestigen.
ontwaart, dat men hem voor een gewoon, maar houdt, is dit hem een oorzaak van blijdschap. omgekeerd, bespeurt hij, dat men de schouders over hem ophaalt,
Zoo toch
En of
dikwijls
eerbaar
hem
hij
man
nafluistert,
dan
geeft
hem
dit
angst.
komt daar vandaan, dat de mensch in dit eerste stadium der zonde nog met zijn conscientie rekent, dat die conscientie hem bestraft Dit
en daardoor klein houdt, en dat alzoo door die hem vernederende conscientiewerking de overmoed nog wordt ten onder gehouden. Maar komt hij in dit laatste stadium, dan staat dit alles zoo heel anders. Hij is dan reeds lang over zijn conscientie heen. Er is een ontzindheid over hem gekomen. Zijn zedelijke smaak, zijn redelijk besef is vervalscht. Hij is de mensch van vroeger niet meer. Booze verwildering heeft zich van zijn hart meester gemaakt. Zijn goede naam was nu toch weg. Hij merkte het al duidelijker, hoe ieder hem nakeek. En toen bedankte hij er ten slotte voor. om nog langer zijn oogen neer te slaan. Hij dorst ook wel, en brutaal weg zou hij nu voortaan zijn berispers met al hun lastige aanmerkingen, in de oogen zien. Wat zouden ze hem maken ? Hij was minstens even goed als zij. Of eigenlijk welbezien, die achterklap kwam enkel van geniepige lieden, die bang waren om te zondigen, en die den moed misten om zich aan de zonde over te geven. Kleinzielige en kleingeestige lafaards. En nu, zoo'n lafaard was hij niet. Hij dorst wel terdege. In hem was moed,
overmoed
zelfs
om
voor aller oog de zonde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's