Als gij in uw huis zit - pagina 43
VII.
het gelaat des p ij vernieuwt
aardrijks.
(lente.)
Zendt
Gij
schapen, en
uwen Geest Gij
uit,
zoo worden
zij
ge-
vernieuwt het gelaat des aardrijks. Ps. 104 30. :
Schrift niet bij name, evenals den -Her/s^; eenmaal, heel op het einde, in Judas' korten brief, meer ter loops aangestipt, dan in zijn wegstervende weelde geteekend. Dat lag aan het land want de overgang uit den winter in den zomer, en de terugkeer uit den zomer naar den winter greep in Palestina sneller, meer opeens plaats, en het niet vallen van den regen bijna zes maanden lang, bracht er vanzelf toe, om dit re^er? Zoos halfjaar en het halfjaar dat met regen begon en op regen uitliep, als de twee groote jaargetijden tegenover elkander te stellen. Van April tot October sloeg er wel dauw neer, maar viel er geen regen. Dat noemde men den zomer. Daarvóór en daarna viel vroege en spade regen. En dat regenseizoen heette de winter. Eén scherpe tegenstelling, gelijk alles in Israëls leven en in de openbaring aan Israël in forsche scherp geteekende tegenstelling optrad. Dood en leven. Duisternis en licht. Onrein en rein. En zoo ook hier niet anders dan het jaarseizoen zonder en het jaarseizoen met regen. „Den winter en den zomer, die hebt Gij, o God, geformeerd" (Psalm 74 17). Maar al schuift daarom geen afzonderlijke lente bij Israël als schakeering tusschen winter en zomer in, daarom kent toch ook de
Een Lente kent de Heilige
slechts
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's