Als gij in uw huis zit - pagina 271
259 toch
beslaan,
terrein
merkt ge wel
op,
hoe ook het
eigenlijk diepe
maar veeleer uitzondering is. Minder nog in onze beschaafde landen, waar de gezondheid geknakt is, maar zeer stellig onder de meer afgelegen volken, bij de bergbewoners, en ten deele
regel,
ten plattelande.
zelfs
mogen daar
Lichte ongesteldheden
soms zware epidemieën doorbreken, maar voor
komen, is
geen
zijn
ziele
voor-
het overige
ernstig ziek zijn daar zelden gezien.
is alzoo ook in dit opzicht de verdeeling. De engel der krankheid gaat den één voorbij en slaat den ander. Iets wat u vooral in het oog springt bij kwalen die erfelijk zijn in de geslachten. Dan leven er twee familiën naast elkaar, en in de ééne draagt elk weer opkomend geslacht den blos der gezondheid op het gelaat en in de anderen worden de kindekens schier niet geboren dan met het teeken des doods op het gelaat. Wat bij de bhnden en dooven zoo treft, gaat daarom eigenlijk bij alle krankheid door, zelfs in epidemieën De krankheid is niet aller. TaQ werpt den één terneder, om den andere ongedeerd te laten. En die ook hier doodt en levend maakt, of wilt ge, krank maakt en gezond houdt, wie is het anders dan de Heere, die ook in dit opzicht met de kinderen der menschen doet naar zijn welbehagen?
Ongelijk
:
mensch door
Niet de
zijn
zonde, alleen Gods vrijmachtig welbehagen,
bepaalt, in en buiten epidemie, welke geslachten, familiën en personen
wel en welke niet met deze krankheden zullen bezocht worden. Zelfs zouden we Schriftuurlijk blijven, zoo we van plagen spraken ; want van Joram staat in 2 Chron. 21 18 opgeteekend „Boven dit alles j^laagde hem de Heere met een krankheid, daar geen genezen :
:
aan was." Het zijn
niet enJcele schuldigen te midden van een omgeving van en nu die enkele schuldigen met krankheid geslagen, terwijl die heiligen bloeien in welstand en kracht. Eer omgekeerd ziet men vaak zondaars, die den Heere tarten, en die toch, zooals de Psalmist zegt, „zelfs in geen moeite zijn als anderen"; en wie heeft omgekeerd onder de blinden en kranken niet dikwijls
heiligen,
vromen
stille
wel
Ook
in
dit
met het merkteeken hunner verkiezing ongemerkt vertoonden.
aangetroffen, die
koop
niet te
maar was het
die het u
liepen,
opzicht
steeds en
blijft
het
:
De
lijdende knecht
van God.
Wel
om der zonde wil, en zou er zonder krankheid denkbaar zijn, maar de schuld is uit Adam, aller, is is van ons geslacht als zoodanig en waar God nu allen treffen kon, daar is het zijn genade, en niets dan zijn genade, die de duizenden spaart, om slechts de honderden met zijn plagen te kastijden. zonde
is
alzoo alle krankheid
geen
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's