Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 104

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 104

3 minuten leestijd

;

92

Soms

naam

men hiervan af, en vraagt iemand buiten de familie, kindeke peet te zijn of ook men geeft zijn kindeke den van een man van naam, wiens gedachtenis, na zijn dood, ons

heilig

is.

om

over

wijkt zijn

;

In de eerste Ghristentijden deed

men

dit

stelselmatig.

Als iemand

den heiligen Doop kwam, moest hij zijn ouden naam verliezen, en een Ghristennaam aannemen. Zoo was het bij Israël reeds geweest met den Proselietendoop. Een heiden die tot Israël overkwam, moest vader en moeder verlaten en uit zijn vleeschelijk geslacht uittreden, om over te gaan in het geestelijk Israël, en daar een nieuwen vader, en van dien vader een nieuwen naam ontvangen. Zoo nu ging het onder de Christenen ook. Wie Christen werd, verliet zijn heidensche maagschap en zei zijn heidenschen naam vaarwel, om over te gaan in de geestelijke maagschap van Christus' volk voorts onder de Christenen een nieuwen vader, die dan peetvader heette, te ontvangen en nam alsdan zijn naam over. Bij kinderen echter uit Christen ouders geboren kon dit natuurlijk niet. Die werden geboren in het Genadeverbond, en als leden van Christus' kerk werden ze gedoopt. Vandaar dat zij terstond hun hlijvenden naam ontvingen, en dat die blijvende naam geen heidensche, maar een Christelijke naam moest zijn. Nog in de dagen der martelaren heeft men dan ook zeer ernstig vanwege de kerk den Doop soms geweigerd, als iemand zijn kind met een heidenschen naam noemen wilde. Dit mocht niet. Dat was verloochening van den Heere. Maar wel mocht een beminde naam van buiten de familie opgenomen als om het leven van zijn geslacht met een nieuw element, met een nieuwe geestelijke kracht te verrijken. Immers mede door dien naam moest ook de geestelijke beteekenis van hem, naar wien zulk een kindeke genoemd werd, in de familietraditiën worden ingevlochten. Zoo voegt het ons, ook bij de naamgeving onzer kinderen, met bewustheid te handelen. Met klaar inzicht in onze onmacht, om onze kinderkens met hun naam dien ze bij God hebben te noemen maar ook met klaar en helder inzicht, wat óf het geven van zulk een familienaam, óf het noemen naar een beminden naam van elders, uit

de

heidenen

tot

;

;

beteekent.

Een naam zegt zóó

veel. Als men iemand in ernstige oogenblikken boort ge met dien naam tot in het diepste wezen van zijn ziel door. Als iemand zich in bange zielsworsteling zelf bij zijn eigen naam noemt, is de indruk hiervan op zijn zielsbesef zoo machtig. Juist daarom moest niemand dan ook eigenlijk meer dan één naam hebben, en het geven aan één kindeke van soms drie, vier en meer namen, belet toch niet, dat slechts één van die alle leeft, en dat die andere er als doode namen, als bloote figuranten naast staan. bij

zijn

naam noemt,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 104

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's