Als gij in uw huis zit - pagina 44
32 Schrift zeer wel de lente-gedachte en het feit van lente. Aan dit lente-schoon kwam Israël toe met het feest der eerstelingen. De triomfpsalm van het Pascha was voor het Verbondsvolk met het lentelied één.
volk zelf was uit den doodslaap, dien het eens in Egypteland door Jehova ten leven verwekt, dat was hun Pascha. Maar ook het land dat God hun van melk en honig druipende schonk, ging telken jare in den winterslaap onder, om, als de zon weer rijker stralen schoot, ten leven weder te keeren, en dat was
Het
sliep,
hun lente. Een lente niet over een drietal maanden uitgestrekt, maar als in één spanne des tijds saamgetrokken, en saamgetrokken op die ééne daad van Gods almachtigheid, waarvan de psalmist in Psalm 104 zoo heerlijk zong: y,Zendt Gij uwen Geest uit, zoo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijhs.'^
Zoo doorleefde de vrome Ze
sloten
zich
niet
op,
in
en
Israël deze
waren
overgangen met
niet lichtschuw, als
zijn
God.
ging het
leven der natuur hun niet aan. Integendeel, nauwelijks was het rijke oogenblik van levensvernieuwing in Gods schepping aangebroken, of uit hun dorpen en vlekken
toog al wat zich vrij kon maken, de dalen door, de beken langs, de bergen over, naar Sions heiligdom. En al trad bij het vieren van het Pascha zelf, het lam dat geslacht werd, en daarmee de verlossing uit Egypte, die gekomen was, en de verlossing uit Satans banden, die nog komen moest, meer op den voorgrond, toch werd daarom Gods weldadigheid in het leven der natuur niet vergeten, en de eerstelingen van den akker werden voor het volk en in naam van het volk aan Jehova gewijd. Maar wat ze weigerden te doen, was, dat ze geen scheiding wilden
maken. Niet
om
Neen,
God
hun heiligdom de mystiek van Gods aangezicht doorleefd, midden van de weelde der natuur hun God te vergeten. ook die overgang van jaargetij in jaargetij moest met hun
in
straks te
doorleefd.
Het was niet de natuur die insliep en de natuur die weer ontwaakte. Al wat ge de natuur noemt is niets uit zich zelf en kan niets uit zich zelf. En ook in die natuur, en in haar machtige overgangen, is
niets dat God niet werkt. Zijn almachtigheid werkt er in, zijn alomtegenwoordigheid
woont er
in.
de Heere onze God, doet alle deze dingen. En zoo ook, als de lentevogel weer van de nog bladlooze takken komt zingen, dan is het God die dien zangvogel u toezendt. Hij,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's