Als gij in uw huis zit - pagina 40
daad van Gods almachtigheid, waarvan de psalmist in Psalm 104 zoo heerlijk zong: ^Zendt Gij uwen Geest uit, zoo worden zij geschapen^ Gij vernieuiüt het gelaat des aardrijks''
en
Zoo doorleefde de vrome in Israël deze overgangen met zijn God. Ze sloten zich niet op, en v^^aren niet lichtschuw, als ging het leven der natuur hun niet aan. Integendeel, nauwelijks was het rijke oogenbhk van levensvernieuwing in Gods schepping aangebroken, of uit hun dorpen en vlekken toog al wat zich vrij kon maken, de dalen door, de beken langs^ de bergen over, naar Sions heihgdom. En al trad bij het vieren van het Pascha zelf, het lam dat geslacht werd, en daarmee de verlossing uit Egypte, die gekomen was, en de verlossing uit Satans banden, die nog komen moest, meer op den voorgrond, toch werd daarom Gods weldadigheid in het leven der natuur niet vergeten, en de eerstelingen van den akker werden voor het volk en in naam van het volk aan Jehova gewijd. Maar wat ze weigerden te doen, was, dat ze geen scheiding wilden
maken. Niet
om
Neen,
God
hun heiligdom de mystiek van Gods aangezicht doorleefd, midden van de weelde der natuur hun God te vergeten. ook die overgang van jaargetij in jaargetij moest met hun
in
straks te
doorleefd.
Het was niet de natuur die insliep en de natuur die weer ontwaakte. Al wat ge de natuur noemt is niets uit zich zelf en kan niets uit zich zelf. En ook in die natuur, en in haar machtige overgangen, is
niets dat
God
niet werkt.
Zijn almachtigheid werkt er in, zijn alomtegenwoordigheid Hij, de
Heere onze God, doet
woont er
in.
deze dingen. En zoo ook, als de lentevogel weer van de nog bladlooze takken komt zingen, dan is het God die dien zangvogel u toezendt. En als zoeler lucht uit het zuiden komt, en weer ritselen gaat en uitbot wat verstorven scheen, dan is het God zelf die zijn Geest weer uitzond, en die als met eigen hand het gelaat des aardrijks vernieuwt. Zooals het eens was in de scheppingsure, de aarde eerst woest en ledig, maar Gods Geest er over henen zwevende, en straks al het leven uitkomende, zoo ook is het, op zekeren afstand altoos, met elke lente die wederkeert. Eerst de akker ledig en het bloembed verwoest. Maar God zendt zijnen Geest uit. En nu spruit en bot uit wat verdord scheen, kleurt zich wat vaal leek, gaat glansen wat dof was, en zingen wat in stilheid als des doods zweeg. En als God zóó de natuur weer doet opleven, dan is het lente. alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's