Als gij in uw huis zit - pagina 80
;
68
Maar dit is haar niet genoeg. De breedste plaats zelfs in Spreuken 31 neemt haar zorge
in voor haar goed en haar huis. Vooral voor haar goed. Er moet in huis voorraad, er moet in huis nooddruft, er moet in huis een schat van allerlei goed zijn. En nu beeldde deze deugdelijke huisvrouw zich niet in, dat haar man alles verdienen moest, en dat zij alleen op zijn geld moest teren maar ze was ook nijver, ze arbeidde in de uren die ze overhield om koopwaar gereed te maken, en die maakte ze zoo goed, dat ze hoogen prijs bedong, en op die manier heel wat inbracht, ja, zooveel inbracht, dat ze op kon leggen en een akker koopen. Ze spint en borduurt en maakt sieradiën. Lees het maar in vs. 13 en 14: „Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen. Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen." Daarna nogmaals in vs. 19 en 22: „Zij steekt hare handen uit naar de spil, en hare handpalmen vatten den spinrok. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; hare kleeding is fijn linnen en purper." En die producten van haar hand verlzoopt ze. Zie het maar in vs. 17 en 18 en 24: „Zij gordt hare lenden met kracht, en zij versterkt haie armen. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; hare lamp gaat des nachts niet uit. Zij maakt fijn lijnwaad en verkoopt het; en zij levert den koopman gordelen." En met dien handel van wat ze zelf spon en borduurde is ze zoo gelukkig, dat ze een kapitaaltje kon opleggen. Immers vs. 16 zegt: „Zij denkt om eenen akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij eenen wijngaard."
En wat eindelijk de zorge in engeren zin voor liuis en huishouding aangaat, ook hierin weert ze zich voortreffelijk. Ze is geen lange slaapster, maar werkt 's avonds langer dan het dag is, en is 's morgens weer de eerste het bed uit. Er staat toch in vs. 18: „Hare lamp gaat des nachts niet uit; en in VS. 15: „Zij staat op als het nog nacht is." Evenzoo laat ze de zorg voor haar huis niet aan de dienstboden over, maar zelve geeft ze uit en wijst ze aan ieder zijn deel toe. Zie het maar in vs. 15: „Zij geeft haar huis spijze en aan hare dienst-
maagden
het bescheiden deel." eigen kleeding is ze nauwgezet: „Hare kleeding is fijn linnen en purper. Sterkte en heerlijkheid zijn hare kleeding," wat zeggen wil, dat ze degelijk goed draagt, en dit met smaak en goeden snit weet aan te leggen.
Op haar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's