Als gij in uw huis zit - pagina 185
173
Want
„eten en drinken" dat is de huislijke maaltijd, en die huislijke vooral het middagmaal, is metterdaad de kroon van het huislijk leven. Dan komen allen saam. Saam geniet men in elkanders bijzijn. Men voelt zich als één gezin. Men geniet de vrucht van aller gemeenschappelijken arbeid. Saam looft en dankt, saam bidt en smeekt men. En door dat saam genieten gesterkt, keert een ieder weer lot de rijke maaltijd,
taak van het gev^rone leven terug.
En doet nu dat zoeken van „vergenoeging" in het alledaagsche leven te kort aan den bloei van het geestelijke leven? Maar immers juist, toen die innerlijke „vergenoeging" het kenmerk van onzen landaard was, heelt hier het geestelijk leven het meest gebloeid. Juist dat stille alledaagsche leven kweekt godsvrucht, en eerbaarheid, en houdt den jongen man in toom en teugel. Het verstrooit minder, en doet de ziel meer tot zichzelve inkeeren. Door mindere uithuizigheid schept het tijd en geeft het smaak in degelijke lectuur. Spreidt een waas van tevredenheid over alle huisgenooten. En geeft in die rustige sfeer juist wat noodig is voor een
leven des geheds. Zelfs geven we niet toe, dat die overprikkelde geestelijke zin, die altoos geestelijke extra's zoekt, en buitenshuis het vrome najaagt, en geestelijk niets geniet, of er moet iets bijzonders bijkomen, hooger
zou staan. Integendeel, die uitheemsche geest is minder vroom. Hij leidt geestelijk overprikkeling, en maakt dat de gewone middelen, die God voor onze stichting verordineerd hoeft, ons niet meer voldoen. tot
men dan walgen van het gewone brood, en een spreekwoord noemt, „korstjes van pasteien". Gezond, in de kern gezond, is alleen zulk een leven, waarin het gewone ons genoeg is, en daardoor heel het leven ons tot ééne rijke vergenoeging maakt. Dan is er geluk en dan welt er dank uit het hart op. Dan is de doorgaande stemming van het hart Godverheerlijkend. En dan is er levensmoed en levenskracht om ook het kruis te dragen, dat elke dag ons oplegt. En dan komen er ook wel dagen, dat we uit ons huis naar onze Ook
geestelijk
vraagt altoos
gaat
om wat
loofhut gaan.
de loojhut in ons gewone teruggekeerd, weer voelen, weer beseffen, dat de loofhut goed voor enkele weken was, maar dat ons eigenlijk leven, en daarmee ons waarachtig levensgeluk toch door God verborgen is in ons
Maar toch
altoos zoo, dat
we, straks
uit
huis
gewone
huis.
Als wij het in dat huis
maar weten
te
vinden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's