Als gij in uw huis zit - pagina 55
43 rijk bezit
in elkander,
en hoe veeleer afliep,
aller
o, in zoo tal van gezinnen nauwlijks meespreekt, hart en zin, als de gelukwensch in de morgenure
uitgaat naar de dingen die
komen
zullen,
en in de dingen die
komen, schier geheel opgaat? Soms zelfs loopen zulke dagen van heerlijke glorie zondig af. Als er boven de middelen geld werd verspild. Lichtzinnigheid levenstoon gesprek en aan den maaltijd werd. En aan dien maaltijd zelven in brooddronkenheid de zinnen vermeesterde. Doch al komt het, Gode zij dank, in Ghristengezinnen tot dit uiterste zeldzaam, dat de reformatie ook der verjaardagen in menig gezin ernstig diende ter hand te worden genomen, moge ontkennen, wie aan ernst geen lust heeft, maar stemt al wie God vreest, ons van harte toe. slechts
uiterst
Bovenal op zulk een gedenkdag is hij het altaar onze plaats, en op dat outer der aanbidding moet op zulk een gedenkdag nog meer dan anders, liejde en lof voor God ten offer gemengd worden. Of wijst de herdenking van onze geboorte niet rechtstreeks op die geboorte zelve terug, en daarmee op Hem, op wien onze moeder ons in barenssmarte wierp, die ons door zijn wonder bestel en wondere scheppingsmacht formeerde en tot aanzien riep, na reeds van eeuwig aan ons gedacht te hebben, eer Hij ons oog voor het levenslicht opende ? Die dagen en jaren die sinds verliepen, zijn ze niet als één schouwtooneel van de goeddadigheid onzes Gods, die, waar zoo duizenden reeds vroeg werden afgesneden, ons spaarde, ons het leven liet, en al die dagen onzes levens ons gevoed, gedrenkt, gekleed en gedekt,
bewaard en in zijn liefde verzorgd heeft? Moet ons op zulk een dag de gedachtenis daaraan niet als met één machtigen toon in het oor der ziel klinken, als de roepstem onzes Gods, waarmee Hij nooit ophield ons te lokken en te trekken naar heihge gemeenschap? Moet ons bestaan en moet ons leven, moet ons karakter, moet onze levenskracht, moet onze roeping in den dienst des Heeren, moet de vraag of uw voet staat in de poorte van het hemelsch Jeruzalem, op zulk een dag niet met verdubbeling van ernst worden ingedacht? Ja, zal, wie niet op mijlen afstands van zijn hart, maar dichtbij zijn ziel leeft, op zulk een dag van stillen ernst, niet ook zijne zonden gedenken? Tegenover de vraag wie God voor hem was, niet ook doorleven wat hij voor zijn God is geweest? En zal de zelfbeschaming, die hierdoor over het hart komt, op dien dag, die aan ons geboren zijn in zonde herinnert, ons niet dringen naar de Fontein, die voor het huis Israëls ontsprongen is tegen de zonde en tegen de ongerechtigheid ? zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's