Als gij in uw huis zit - pagina 101
89 de
vrucht
haars
schoots
haar
kind reeds van den eersten beginne
bederft. zijn, en God zij lof, met name onder de Heeren is het vaak anders. Een moeder kan ook, wat aan haar natuur met het dier gemeen opheffen en veredelen, en nu met zedelijk inzicht en beleid dien is, trek der natuur als uitgangspunt nemen, om haar kind lief te hebben in den geloove, zich om Gods wil en uit innerlijk plichtsbesef aan haar kroost toe te wijden^ en met terzijzetting van alle moederlijke ijdelheid
Maar ook kan het anders
belijderessen des
of hartstocht, haar kind te
reeds in die eerste beginselen des levens zoo bij heerscht. in haar kindeke niet enkel de vrucht van haar
leiden en te verzorgen, dat er een hooger doel
Dan
ziet
de moeder
schoot, maar veelmeer nog een schepselke dat door Gods wondermacht tot aanzijn werd geroepen, en door Hem, den Vader der geesten^ in
haar schoot wonderlijk geborduurd is. Ze ziet dan in dat jonge kindeke niet enkel een aanminnig hoopke zacht en mollig vleesch, maar een klein menschelijk wezen, waarin een ziel verborgen is; misschien één van Gods uitverkorenen, en alsdan bij God bemind als het zwart van zijn oogappel. Dan is er gebed voor dat kindeke eer zij het met het oog kon aanschouwen. Dan mijdt ze reeds bij haar dracht al wat haar kindeke schadelijk kan zijn. Dan doorworstelt ze haar barensweeën zich vastklemmende aan den God haars levens, om mocht het zijn, een kindeke Gode te baren. Dan is er na de geboorte dankzegging en grootmaking van Gods heerlijken naam. Dan zoekt ze voor haar lieveling zoodra eenigszins mogelijk den Doop. Dan is het de drang der ziel en de behoefte van haar hart, om het kindeke het zegel des Verbonds te doen dragen. En dan bidt ze, niet enkel dat God haar kindeke spare, maar veeleer nog, dat Hij haar wijsheid geve, om aan haar lievehng die echte, die waarachtige, die
ze niet slechts indrukken,
heerlijke liefde te betoonen,
maar goede indrukken van meet
waardoor aan het
af
kind van haar schoot geven moge. En zoo gaat dan de echte moederliefde zeer verre boven de liefde van de klokhen voor haar kiekens uit. Dan is er wel een gemeenschappelijk uitgangspunt, maar wat die klokhen mist, dat betoont die moeder onder de kinderen der menschen te bezitten, een hooger, een edeler, een heiliger liefde, die wat de natuur slechts deed aanvangen, volmaakt in en door genade.
En vraagt men nu ten slotte, of in de Christelijke kringen die hoogere, die edeler, die geheiligde liefde regel is, dan is er voorzeker oorzaak tot dank, maar toch niet minder tot klachte, en de oorzaak van die achterlijkheid ligt voor geen gering deel bij de moeder op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's