Als gij in uw huis zit - pagina 255
243 in ons arme land den naam van Multatuli slechts te u het doelwit van dit Wee u! voor den geest te roepen; mits ge maar inziet, dat deze dolende geest noch ooit gesproken zou hebben gelijk hij het onderstond, noch ooit een invloed zou geoefend hebben, als waarover hij beschikte, zoo niet reeds bij zijn opkomen een niet zoo kleine kring van ons volk aan dit vierde stadium van
Ge behoeft
om
noemen,
nationaal bederf ware toe geweest. Toen de Geldkoorts opkwam hield
men, althans uitwendig, ook aan de oude zeden. Tot op de beurs toe deed de witte das aanvankelijk nog opgeld, om zekeren indruk van soliditeit
nog
hier te lande te
vast
geven.
de Weelde hand over hand toenam, bleef men toch in het publiek gesprek den vorm nog in acht nemen. Men stond nog gaarne voor een eerlijk man en een man van goede zeden te boek. En wel begon bij het uitbreken der lichtzinnigheid de maatstaf van wat heilig en goed was, een enkel maal in te buigen maar toch in den regel liet men dien maatstaf nog ongemoeid en spotte er eenvoudig meê. op de manier van een kind, dat hunkert naar wat verboden is, en lukt het hem het gebod te schenden, in den moedwil van zijn durven schik heeft. Maar sedert de periode waarin Multatuli de held van den dag werd,
Toen
;
is
heel anders geworden.
dit
Men is nu aan het redeneeren gegaan. Men heeft zich afgevraagd, waarom men de fundamenten van onze menschelijke saamleving niet eenvoudig om kon keeren. De denkbeelden, en de zeden en gewoonten die uit die denkbeelden
van
menschen,
menschen
die
waren
afgeleid,
stonden toch enkel op opiniën
maar dan ook van ouderwetsche menschen, van uit de nachtschuit kwamen, en niets van het nieuwe
leven verstonden. Wat dan eenvoudiger,
dan dat men voor die theorie der oude andere theorieën, andere denkbeelden, andere beginselen in de plaats schoof, en die zóó ineenzette dat ze pasten bij de dartele, lichtzinnige, luchthartige zeden van den wereldling. slaapmutsen
kortweg
Dan waren
de goeden, de verlichten, de lieden die het leven en konden zij op hun beurt die domme brave Hendrikken uit de oude doos uitlachen, als lieden die hun wereld niet verstonden, in die bekrompenheden gebonden lagen, en in niets op de hoogte waren van hun tijd.
wilden
zij
genieten,
En zoo
ver is het dan nu ook gekomen. Vroeger heette een losbol dien men nakeek en nariep, al wie den euvelen moed had, om tegen Gods Woord in te gaan. Nu daarentegen is tegen Gods Woord in te gaan teeken van hooge ontwikke-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's