Als gij in uw huis zit - pagina 55
43
gekomen
;
maar nu
takelt het af. Niet plotseling,
maar ongemerkt en
zoo scherp niet meer, uw bewegingen zijn minder vlug en lenig. Ge zoekt een plaats om te zitten, waar ge vroeger, als ge zitten moest, verlangdet om op te staan. De geest bot minder welig uit. In wat eertijds u genot schonk, hebt ge geen smaak meer. Kalmer vliet u het eens zoo jonge bloed door de aderen. Ge voelt, hoe het gelen van het blad in de natuur beeld is van uw eigen verwelken. En dat duurt dan tot de wind zich verheft, en de najaarsstorm in ongeval of krankheid door uw takken komt jagen. En dan valt ook bij u het blad en het loover begint doorzichtig te worden. En telkens en telkens zegt het u, dat ge uit het tijdperk der verwelking in dat der slooping zijt overgegaan. Tot dan eindelijk die laatste herfstdagen komen, die u straks in den winterslaap zullen overleiden, die koude bange dagen, waarvan de Prediker zong: „Als de wachters des huizes (d. z. de handen) zullen beven, en de sterke mannen (d. z. de beenen) zich zullen krommen, en de maalsters (d. z. de tanden) zullen stilstaan, en die door de vensters zien (d. z. de oogen) zullen verduisterd worden. Ook waanneer de twee deuren naar de straat (d. z. de ooren) zullen gesloten worden, en ge zult vreezen voor de hoogte, en er verschrikking op uw weg zal wezen, en de amandelboom (d. i. het grijze hoofd) zal bloeien, en ge als een sprinkhaan uzelven ten last zult wezen. Want de mensch gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers in de straten zullen omgaan." Dan, als het zoo met u is, loopt ook de herfst van uw leven ten einde, om op uw sterfbed den winter over u te doen komen. Wel hem, die in zijn Heiland door het geloof geborgen, weet dat voor hem na dien winter de lente aan den eeuwigen morgen daagt.
langzaam.
Toch
is
Het
oog
ziet
dat einde van
den herfst niet
al
de herfst, en ook in dit van overgang vooraf,
jaargetijde gaat aan zijn voleinding een tijdperk
soms met een eigen schoon. Als
de
eerste
herfststorm
doorworsteld
is,
volgen er soms rustig
schoone dagen, die u weldadig aandoen, en u soms zelfs een uiting van bewondering ontlokken. Niet het minst in ons land komt dit herfstschoon in zijn zachte tinten soms overliefelijk uit, en het is niet het minst uit die herfsttinten dat onze vaderlandsche schilders hun vruchtbaarste indrukken hebben opgevangen. De lente en de zomer zijn soms vermoeiend weelderig gekleurd. De tinten zijn dan weinige, de kleuren overstelpend vele, en die kleuren zijn vaak hoog en sterk sprekend. Maar in den herfst is het of die hooge kleuren gedoezeld en in zachte tinten worden overgeleid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's