Als gij in uw huis zit - pagina 192
180 Heel anders staat het daarentegen met het lachen. Van God den Heere lezen we wel degelijk, dat Hij die in de hemelen woont zal lachen, en dat nog wel met een lach, die ons vaak de meest zondige schijnt, t. w. met den lach van den spot. Er volgt toch onmiddellijk op: „De Heere zal ze bespotten". En als de Christus in zijn zahgsprekingen, zijn „Zalig" ook op de treurenden toepast, heet het, dat ze daarom zalig zijn, omdat ze nu wel treuren, maar in den dag der heerlijkheid zullen lachen. Zoo weinig zelfs wordt het lachen buiten onze natuur gesloten, dat er van den ondergang der goddeloozen staat: dat de rechtvaardige het zien zal, en zal lachen (Ps. 52:8). De Heere zelf roept het den goddeloozen toe: „Ik zal lachen in uheder verderf" (Spr. 1 26). Als het volk des Heeren uit de ballingschap terugkeert en Jeruzalem weer in het oog krijgt, heet het in hun juichlied: „Toen werd onze :
mond
vervuld met lachen'\ leert de ervaring ons, dat te veel geweens onze lichamelijke natuur neerdrukt, en dat het de lach is, die gal en lever doet schudden, om ons het bloed weer vrij en frisch door onze aderen te jagen. Zelfs
Edoch, diezelfde Schrift legt ook aan den lach een toom aan. Ongetwijfeld, de lach en niet de traan hoort bij uw wezen gelijk God u schiep; de lach hoorde eens bij het Paradijs; en zal eens hooren
maar
in dat Paradijs zijt ge thans niet nog niet. Ge leeft thans in een wereld van zonde en in den tijd der genade, en daarom roept Jezus u toe: „Wee u die nu lacht, want gij zult treuren en weenen." Ook de heilige apostel vermaant de lieden der wereld: „Gedraagt u als ellendigen en treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren en uwe blijdschap in bedroefdheid." Zelfs de Prediker vanouds riep het reeds aan Israël toe: „Het treuren is beter dan het lachen." onze ellende is ons de traan gegeven, en te kunnen treuren zoolang de wortel der zonde niet uit ons hart verdween en de ellende om ons voortgaat in te grijpen, is een genade ons door God bij
het
meer en
rijk
der heerlijkheid
;
in dat rijk der heerlijkheid
Om
verleend.
Te zien, hoe de ijdele wereld, al lachend en spelend op de paden des verderfs voortjoelt, is tegennatuurlijk en vervult u met droefenisse. De lach hoort bij uw wezen; eens komt hij weer; maar grondtoon van onze huidige existentie kan hij in deze bedeeling niet zijn. Die lach, die heel uw leven poogt te overheerschen, is een hoon aan de ellende die om ons schreit; een vergoelijking van de zonde die op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's