Als gij in uw huis zit - pagina 167
155
Waren goed
ze niet kinderen
voor
God
zijn,
dat
Gods en geroepen zij
harde, altoos vernederende, door
in
heiligen, en
desniettemin, misschien
kon het dan
hun leven
lang,
God immers niet gewilde slavernij worden geduid, zoo ze in verzet
en kon het hun dan euvel tegen zoo onwaardigen, krenkenden staat? En toch hebben de apostelen op dit punt nooit geaarzeld. Gelijk we uit het sprekende voorbeeld van Onesimus en Filemon weten, hebben ze gewild noch geduld, dat een slaaf, omdat hij het eigendom van Christus was geworden, de boeien der maatschappelijke slavernij zou afschudden. Zelfs wie ter kwader ure weggeloopen en ontvlucht was, moest, goedschiks, kwaadschiks, naar zijn heer en meester terug. En hier vandaan nu komt het, dat de apostelen zoo telkens de dienstknechten en dienstmaagden, niet alleen tot onderwerping, maar ook tot onderdanigheid, aanmaanden. Een slaaf of slavin werd zoo dikwijls aan den lijve gestraft, en ook dit moesten de gedoopte dienstknechten en dienstmaagden zich om Christus' wil gevallen laten. Immers, steeds is het de eisch, niet maar dat ze bukken en zwichten, maar veelmeer dat ze om der consciëntie wille, wijl het alzoo Gods ordinantie is, trouw en van goeder harte, hun heeren en meesters dienen zullen. bleven,
kwamen
hieruit echter volgt, dat ge dit apostolische vermaan niet in oorspronkelijke beteekenis op uw eigen dienstboden of werklieden kunt of moogt toepassen. Die u dienen, zijn noch slaven noch slavinnen, maar vrijgeboren mannen en vrouwen, die met u zekere overeenkomst hebben aangegaan, wilt ge, een verdrag met u gesloten hebben, dat zij deze en die bezigheden voor u verrichten, deze en die diensten u bewijzen zullen, en dat zij, ter vergoeding hiervoor, van u ontvangen zullen een vooraf bepaald loon, hetzij enkel in geld, hetzij in onderkomen, kost en loon. Gij kunt dus niet zeggen, dat gij „Aeer" over uw dienstbaar personeel zijt, en evenmin mag door u beweerd, dat zij uw onderdanen zijn. Zulk een betrekking bestond wel eertijds, maar bestaat in onze maatschappelijke toestanden niet meer. Heerlijke rechten kunt gij in geen enkel opzicht meer over uw dienstboden uitoefenen en de eisch, dat ze in den eigenlijken zin van het woord u onderdanig zullen zijn, gaat in onze tijden volstrekt Juist
zijn
;
niet
meer
op.
Rechtens is de eenige grond voor uw wederzijdsche betrekking de overeenkomst, die ge met uw dienstboden hebt aangegaan en een dienstbode die deze overeenkomst niet naleeft, schendt wel de goede ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's