Als gij in uw huis zit - pagina 221
209 en daarom
heeft
het
„treuren" dat
hoegenaamd met de gemaakte en geworden melanchohe te maken.
Men kan wel
valschelijk
woord voor een weedom des Of ge
Jezus zahg spreekt niets, niets straks
tot
een
tweede
natuur
huilen, maar „treuren" is het teedere harten, die geen onoprecht vertoon toelaat.
treurt of niet treurt hangt dus van
twee dingen af. Vooreerst hart uitgaan, u blij of droef stemmen, en ten andere of uw hart ontvankelijk genoeg is, om dien indruk in u op te nemen, en er de bewerking van te ondergaan. hl de gelukzaligheid des hemels ware treuren ondenkbaar, omdat er dan niets droefs op uw hart aandringt, en alles om u heen weelde en glorie is. Ook in het Paradijs zou het geen zin hebben gehad, zoo Adam vóór zijn val ware gaan treuren. Zijns was enkel vreugde en blijdschap. onzen staat en stand daarentegen, nu ons inwendig en uitwendig Il) leven inzonk en gebroken werd, zijn de meeste indrukken die naar ons uitgaan droef en teleurstellend. Lees de dagbladen maar, wier invloed op ons leven thans zoo groot is, en zeg zelf of ze u uit Oost en West, van verre en van nabij, niet bijna dag aan dag allerlei droef bescheid brengen, van onweerswolken die dreigen en van gruwelen en ongelukken die gebeurd zijn, terwijl o, zoo zelden ook maar een enkelen dag niets dan loffelijke en blijde berichten de kolommen vullen. Maar zoo afgestompt is meestal de aandoenlijkheid van ons hart, dat ge keer op keer iemand een half uur lang in zijn courant ziet lezen, om allerlei bericht van moord en zelfmoord, van menschen die verdronken en menschen die verbrandden, van roof en diefstal, van gruwelijke onzedelijkheid en lage intrige voor zijn geest te laten voorbijgaan, en die dan, alsof zijn hart geen enkelen indruk ontving, stil het blad op zij legt, en weer lachend en gekscherend zijn gesprek of de indrukken, die naar
uw
hervat.
Reeds hierdoor begrijpt ge iets, van dat „zalig zijn ze die treuren", want wie leeft te midden van een wereld als de onze, en inleeft in en meeleeft met den nood en de zedelijke en maatschappelijke ellende, die hem omringt, zou er bij veel en ernstig nadenken bijna onder neergebogen worden. Naarmate ge nu minder liefde hebt, hebt ge ook minder sijmpathie en dus minder medelijden. Dan trekt ge u al deze ellende niet aan. Ze deert u niet. Ze raakt u niet. En daarom kunt ge aldoor gekscherend lachen. Dat altoos lachen en pretmaken is alzoo proef en blijk van uw gemis aan liefde en van de onaandoenlijkheid van uw hart terwijl omgekeerd, wie veel liefde heeft, en minder met zich zelf dan met ;
14
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's