Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 72
66 proefd worde, of men iu den boezem der Vereeniging door middel der Commissie van arbitrage tot overeenstemming kan geraken, schijnt gewenscht, èn wijl dit sneller werken kan, èn vermits de Commissie van arbitrage allicht beter op de hoogte der zaak is, dan een Raad van beroep, èn naardien het de onderlinge verstandhouding tusschen werkgevers en werklieden minder spant. In dat geval echter kan het nooit eene beslissing in hoogste ressort zijn. Het hooger beroep blijft alsdan, voor wie geen vrede neemt met de uitspraak van de Commissie van arbitrage, altoos openstaan. In art. 68 (oud) zijn te recht de artt. 37, 38, 39, 41, 47 en 48 opgenoemd, in art. 100 (nieuw) konden de artt. 37, 39 en 41 niet geëxcipieerd worden, daar ze ook gelden moeten voor het lid eener Bedrijfsvereeniging, en aan het oordeel der Commissie van arbitrage zijn ze vanzelf onttrokken door de bepaling van art. 80 (nieuw) eerste lid, dat deze alleen geschillen over bepalingen, die de werklieden betreffen, zal beoordeelen. De regeling van de verkiezing der werkgevers-leden schijnt veilig aan de Statuten te kunnen overgelaten worden. De wet behoeft alleen de rechten der werklieden vast te leggen. De wergevers zijn volkomen in staat, voor zich zelven te zorgen. In het achtste lid is „vier jaren" in „zes jaren" veranderd. Hierdoor komt alle bezwaar tegen geregelde aftreding te vervallen. Waarborg tegen partijdigheid scheen het noodzakelijk te maken, dat de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, geene vergoeding van de Bedrijfsvereeniging, in welken vorm ook, ontvangen kunne. Zoo iemand benoemd wordt, woonachtig ter plaatse, waar de Commissie van arbitrage zitting houdt, gelijk ondersteld werd, en zeker wenschelijk is, schiet hij geen reiskosten voor. Toegegeven moet intusschen worden dat dit misschien niet altijd mogelijk zal blijken, en voor dat geval is vergoeding van werkelijk gemaakte en eigener beweging in rekening gebrachte reiskosten thans verplichtend gesteld. De vaststelling
van de uitgaven der Commissie moet in haar huishoudelijk reglement hare regeling vinden. Er is binnen den kring der Vereeniging geen college dat neutraal boven de Commissie van arbitrage staat. In de wenschelijkheid. om bij het aanwezig zijn van een oneven getal leden uit de werkgevers en uit de werklieden, het getal even te maken, opdat de vergadering toch kunne doorgaan, is voorzien. Het recht der Commissie om getuigen en deskundigen te hooren heeft ondergeteekende thans beperkt tot de met den aard der Commissie samenhangende gevallen en den daarmede in verband staanden kring van personen. Op het niet-verschiinen, weigeren van inlichting, of het geven van opzettelijk valsche inlichting is in art. 97 en 98 straf bepaald.
De aangifte moet wel van het bestuur der Bedrijfsveruitgaan, daar dit alleen rechtstreeks ten deze met de Ryksverzekeringsbank in betrekking staat, en in de Statuten kunnen bepalingen worden opgenomen, om de tijdige kennisgeving door de werkgevers aan het bestuur der Bedrijfsvereenii^ing te verzekeren. Toch moet toegestemd, dat hiermede zekere tijd verloopen kan en daarom is de termijn van 24 uren op tweemaal vier en twintig uren verlengd. Art. 81.
eeniging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's