Als gij in uw huis zit - pagina 195
183 Dat ge een taal hebt en spreken kunt, wil zeggen, dat ge behoort een volk, dat sinds eeuwen gedacht heeft, voor die gedachten en de verbinding dier gedachten een klank heeft gevonden, dien klank in woorden heeft vastgegoten, en dat ge alsnu, die taal in u dragende en die taal sprekende, door die woorden en door die klanken gemeenschap der gedachten met dit uw volk kunt hebben. Die menschelijke taal staat dan ook zoo hoog en is een gifte Gods zoo volheerlijk, dat de Zone Gods zelf den naam aanneemt van het Woord des Vaders. „In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en God." Het is door het Woord dat onze God de hemelen gemaakt heeft. Hij draagt alle dingen door het Woord zijner kracht. En als er ook nu nog een machtig ding op aarde geschiedt, dan is het omdat er een „woord van God" is uitgegaan, dat nooit ledig tot Hem wederkeert, maar doet hetgeen waartoe Hij het zond. tot
Zoo springt het
verschil in het oog.
Wie afweek en
afdreef, poogt een aanknoopingspunt voor onze menschelijke taal te vinden in het geluid van een oran-oetang maar wie bij de Heilige Schrift leeft, vindt dat aanknoopingspunt in den Zone Gods, die zelf het eeuwige Woord van God is. ;
En dit moet wel. Immers de machtige neemt
als
uit
tegenstelling
den aap opgekomen, of
is
en
wel....
of ge den mensch geschapen naar den
blijft,
als
Beelde Gods.
daarom
onze menschelijke taal dan ook zoo hoog, en woord en melodie ineen doet smelten, den zang van nachtegaal en leeuwrik zeer verre te boven. Alleen de taal, het woord, is een macht, die nog steeds den wedloop met de macht van het geld kan volhouden. Dat wondere woord in onze menschelijke taal, dat de ziel uitlokt en diep tot in het hart van den naaste kan indringen. Het toovert in poëzie een wereld van gedachten om u heen, en weet de wereld waarin ge verkeert te oordeelen en te beheerschen. Onze taal is het voertuig van onzen ernst en van onze scherts. Ze ontspant onze droefenis en doet onze vreugde naar buiten treden. Ze schept gemeenschap tusschen ziel en ziel, ze baart de gezelligheid des levens, ze vlecht een band om mensch en mensch. En bovenal het is de taal, waarin we de gedachten Gods uitspreken, belijdenis van zijn heiligen Naam doen, tot den Eeuwige bidden, en ons verliezen in lof en prijs voor zijn majesteit. Voor de vromen onder Israël stond dit laatste zelfs zoo machtig op den voorgrond, dat ze schrikten op het denkbeeld van in den dood Juist
staat
gaat de menschelijke zang, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's