Als gij in uw huis zit - pagina 185
;
173
Te kunnen, privilegie
mogen, en dies te moeten werken, is alzoo het mensch toekomt, omdat hij naar den Beelde Gods Immers wat Jezus daar uitriep, riep hij veel. minder te
dat den
geschapen is. uit naar zijn Goddelijke dan naar zijn menschelijke natuur. Hij werkte omdat hij gelijk de Vader werkte, als onze Middelaar, d. i. als de mensch Jezus Christus, Men spreekt soms van een recht dat den mensch op iverken toekomt en zeker in den zin hier aangegeven, bestaat dat recht. Omdat de Heere uw God een God is die altijd werkt, en gij naar zijn Beeld geschapen zijt, komt het recht, het hooge voorrecht van te mogen werken, ook u als mensch toe. Dat zegt elke Sabbat u opnieuw in Gods naam. In zes dagen heeft de Heere den hemel en de aarde gemaakt, met al wat er in is, en omdat de Heere uw God alzoo luerkte, daarom zult ook gij zes dagen arbeiden en al uw werk doen, en eerst in verband hiermee heeft de Sabbat als rustdag beteekenis, opdat er geen andere ruste in uw leven zij, dan in het leven van uw God. Zij, die zich de zaligheid om Gods troon voorstellen, alsof dan alle arbeid gestuit en alle werk weggevallen zou zijn, om in een dolcefar niente, d. i. in een zalig nietsdoen, hemelvreugde te smaken, kennen dan ook noch hun God, noch zijn engelen, noch het leven gelijk het in de hemelen zal zijn. Want uw God werkt altoos.
En de engelen zijn dienende geesten. En met het oog op de zaligheid zegt „Over weinig
zijt
gij
Christus tot zijn verkorenen zal ik u zetten."
:
getrouw geweest, over veel
Maar ook deze schoone scheppingsordinantie verbrak de zonde. Niet te werken, heeft thans zijn bekoring gekregen, en nog telkens zondaar na zondaar weg, van wien geklaagd moet, dat hij lange leven, zoogoed als niets heeft uitgevoerd. Dezulken nu wijst Gods Woord op de kleine, nietige mieren, en vraagt dan: „Hoelang zult gij nederliggen, o, luiaard? Wanneer zult gij uit uwen slaap opstaan? Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende, zoo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man." Dan weet de zondaar wel, dat hij zijn dag van God krijgt, om te arbeiden, maar hij zegt in zijn hart: ,Ik zal toch goddeloos zijn, waarom zou ik ijdellijk arbeiden" (Job 9 29)? Of als hij gearbeid heeft, betuigt hij in zijn zelfzucht: „De ziel des arbeidzamen arbeidt voor zich zelve, want zijn mond buigt zich voor hem neder" (Spreuken 16: 26). Als er geen brood in de broodkast, en geen geld in de hand is,
sterft
er
eigenlijk, in zijn
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's