Als gij in uw huis zit - pagina 231
219 Niet: „Er is geen reden om derwijs bekommerd en bezorgd te zijn"; veeleer omgekeerd: „Gij hebt nog geen begrip van uw wezenlijken kommer, want verstondt ge ten volle het kivaad van heden, zoo zoudt ge geen tijd noch kracht overhouden, om aan het hwaad van
maar
morgen ook maar te denken." Dat ge met het kwaad van morgen en van overmorgen nu reeds bezig zijt, toont dat ge over het kwaad van heden heenglijdt, dat niet doorziet, dat niet peilt in zijn diepte.
En daarom: Vervul u thans hoofd en hart niet met het kwaad, dat morgen hoort. Dat komt eerst aan de orde als het morgen zijn zal. Thans hebt ge voor het kwaad van dezen dag te zorgen. En wie recht staat, zal merken, dat hij daarmede de handen reeds meer dan vol bij
heeft.
Ge houdt geen tijd noch kracht over, om nu reeds met het kwaad van morgen bezig te zijn. Elke dag heeft genoeg en te over aan zijn eigen Tcwaad.
Zeiden
we dan
te
dat opeens leven doet staan?
ligt? Iets
veel,
uw
dat er in dit krasse woord iets verrassends overleggingen omzet, en u anders voor het
Ge hadt u reeds aan te veel kwaads gewend. Voor o, zooveel dat toch eigenlijk uw hart zeer deed, waart ge reeds ongevoelig geworden. Dat noemdet ge al geen kwaad meer. En waar ge voor schrikken bleeft, waren alleen die heel erge dingen en pijnlijke benauwdheden, die uit de verte u tegengrijnsden. En nu roept Jezus u op eenmaal naar uw hart terug, en klaagt u aan over uw ongevoeligheid. Dat ge 's avonds bij het naar bed gaan zeggen kunt: „Goddank, vandaag is alles wel afgeloopen. Geen kwaad is er geweest," onderwijl toch, bij heiliger licht bezien, niets goed liep, noch in uw eigen hart, noch in uw gezin, noch in uw omgang, en niet alleen uw innerlijk leven, maar uw betrekking tot anderen, en uw levenstoestand zoo gansch anders was en bleef, dan dit zijn moest in uw Paradijs, terwijl gij toch als Gods kind al wat minder dan het Paradijs is, een kwaad moest weten te noemen. Maar daar zijt ge over heen. Ge zit in den kerker en zijt er door afgestompt. Ge draagt boeien en het ergert u niet meer als de schalmen er van in uw vleesch innijpen. Dat is uw zelfverlaging. Geboren koningskind, hinderen u de bedelaarslompen niet meer, die u bij beter en bij dieper inzicht toch onteeren. En juist nu dat laten varen van uw hoogen adel, dat afzien van uw aanspraak op hooger geluk, dat is het wat u van uw God, van uw Oorsprong, van uw Vader in de hemelen vervreemdt. Daardoor ploft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's