Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 62
56 gevoerd, bun op practische wijze gegevens verschafte, die hier nauwkeurig rekenen mogelijk maakten. Ook vorme men zich van de premiën die te betalen zullen zijn, geen te gering denkbeeld. De Regeering heeft zich, heel anders dan de Duitsche, van ramingen dienaangaande volstrektelijk onthouden, en ten slotte, om toch iets te geven, alleen verwezen naar het Oostenrijksche tarief van 22 Mei 1889, doch met de uitdrukkelijke bijvoeging, dat de mededeeling van dit tarief geen de minste verbintenis inhield voor het tarief dat hier te lande zal gelden; iets wat ook niet kon, daar de levensstandaard in de meeste landen der Oostenrijksche Monarchie aanmerkelijk lager is, dan ten onzent. Toch zou voor eene Bedrijfsvereenigiug van 5000 werklieden, gerekend tegen een dagloon van f 500 per jaar, de gemiddelde premie volgens het Oostenrijksche tarief per jaar reeds f 71 500 bedragen. In de hoogste gevarenklasse stijgt naar het Oostenrijksche tarief dit bedrag per week tot f 28,35, waar voor Prag, Wien en Leniberg thans nog 10 pet. bijkomt, zoodat genoemde cijfers worden f78 650 en f31,18, sommen die van jaar tot jaar verschuldigd zijn, ook al zijn er een jaar lang geen ongevallen met ernstige geldelijke gevolgen voorgekomen, en bovendien sommen die hier te lande bij den hoogeren levensstandaard vermoedelijk nog aanmerkelijk hooger zullen klimmen. Doch ook al ware het dat de bovenbedoelde nijveren tot de conclusie waren gekomen, dat er geldelijk op weinig of geen voordeel te rekenen viel, dan nog kan ondergeteekende zich zeer wel voorstellen, dat werkgevers, die er dusver hunne eer in zochten, zelven op goeden voet voor hunne werklieden te zorgen, er prijs op stellen, zich deze edele bemoeiing niet uit handen te laten nemen; vooral waar het dusver door hen met dat doel verrichte, bij de geheele behandeling van dit onderwerp op wetgevend terrein, aan zoo pijnlijke ignoreering, om niet te zeggen aan zoo grove miskenning blootstond. Een industrieel, die met lust in zijn onderneming werkzaam is, vindt er een genot in, de eigen huishouding zijner onderneming zoo volledig mogelijk in te richten. En mocht er al geldelijk voordeel in schuilen, zoo zal dit voordeel verkregen worden, niet door minder, veeleer door meer voor den werkman te
doen, maar door het te doen op andere wijze. Ook op schoolgebied bleek steeds dat de bijzondere school zuiniger huishield dan de openbare. Eigen huishouding deed zich steeds als een factor van
besparing kennen.
De vraag op
bladz. 7 van het Kamerverslag, of „naar voorstellers zijn voorstel als één amendement moet worden beschouwd, en of aanneming van het nieuwe art. 2 mede zou brengen instemming met het stelsel, in het nieuwe uitgewerkt", wordt, wat het eerste punt betreft, reeds hoofdstuk door den vorm van het amendement in bevestigenden zin beantwoord. Voorgesteld werd toch een nieuw art. 2 in te lasschen, en bij aanneming van dit amendement lo. art. 14 te wijzigen, en 2". na art 65 een nieuw hoofdstuk in te voegen. Ook de toelichting scheidt beide deelen niet. Voor zoover op den voorsteller van het nieuwe art. 2 de verplichting rust, om voor het in dit artikel gestelde tevens de nadere uitwerking aan te bieden, is van hem geen nader voorstel voor deze uitwerking te wachten. Hiermede wordt intusschen in niets afgedongen op het recht der Kamer, om, bij § 11.
de
bedoeling
des
X
X
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's