Als gij in uw huis zit - pagina 293
LVIII.
Zond er
mij
kunt
gij
niets doen,
(onze diepe afhankelijkheid.)
Ik blijft,
ben de wijnstok en gij de ranken die in mij en ik in hem, die draagt veel vrucht; want
zonder mij kunt
;
gij
niets doen.
Joh. 15:5.
Gewoonlijk doen bij onze vruchtboomen de Meine en fijne twijgen het meest; want juist van die dunne takjes plukt ge in den herfst de beste vrucht. Wat dus noch de dikke stam noch de zware ranken doen konden, dat hebben, als de zomer om is, die versch uitgebotte en van dat twijgjes gedaan zij hebben de druiftrossen gemaakt dunne vruchthout wordt de muskadel geplukt. edoch onder één Die twijgjes kunnen dus veel, zeer veel doen beding, en dat beding is, dat die kleine, dunne twijgjes stevig aan den boom blijven zitten. Immers begaat gij de onvoorzichtigheid, om ;
;
;
maar even te knakken, dan is het op eenmaal uit, en kan het niets meer doen. Elke boom spreekt dus in de natuur tot al zijn twijgjes en al zijn Zonder mij kunt gij niets doen. Van mij afgekapt, of vruchthout ook maar afgeknakt, voelt gij u geen levenssap meer toevloeien. In mij vastgegroeid, kunt ge vrucht doen rijpen, en die vrucht, als ze straks gerijpt is, aan den mensch in den schoot doet vallen. Maar ook, van mij afgescheurd, dan is op eenmaal al uw macht vergaan, kunt ge geen enkelen bloesem meer doen uitbotten, geen enkele vrucht zich meer doen zetten. In mij vastzittende vermoogt ge als vruchthet
ook
twijgje
dan verdort
:
het,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's