Als gij in uw huis zit - pagina 251
239 volgen
zou,
zondewagen
Voort, voort
De
rijke
aanstonds
klapt
moet
man
en voort gaat
het,
heeft
te
eigen geest verloren.
zijn
de zweepslag van den drijver, die den
stuurt. het.
midden der weelde de heerschappij over Ongemerkt heeft de weelde hem koorden,
en de brooddronkenheid hem zelen aangelegd. Hij voelt nog dat de zonde een last is, maar een last als van een wagen dien hij voort moet trekken. En als het moedige paard trekt hij dien wagen, en geraakt hij met dien zondelast al verder op het pad der zonde. Er is geen bezinning, er is geen stilstaan meer. En als hij soms in een oogenblik van ontnuchtering en van terugkeer van ernst zich los wil rukken, merkt hij maar al te spoedig hoe die koorden te stevig en die zelen te dik zijn om ze stuk te rijten. En zoo draaft hij voort, altoos in overspanning, steeds met den drijver achter zich. Én gelijk eens hij ophield het geld te hebben, omdat het geld/^em had, zoo ook is hij het nu niet meer die de iveelde heeft, maar de weelde is zijn booze meester geworden. De straf der zonde is de zonde nageloopen, en heeft hem van rijk man en weelderig wereldkind slaaf der zonde gemaakt. En zoo is de ernst des levens voor altijd van hem gevloden, en is de Lichtzinnigheid de kanker geworden die hem verteert.
En
natuurlijk toen kon de spotternij met het heilige niet uitblijven. ernst in zijn ziel omdraagt, beeft nog voor den Almachtige, en schrikt nog voor den Rechter van levenden en dooden.
Wie nog
Maar de slaaf der Lichtzinnigheid lacht met een schaterlach den heiligen ernst in het aangezicht uit, en roept God tergend toe: y,Dat Jehovah zich haaste, dat Bij zijn werk bespoedige, opdat wij het zien, en
laat
naderen
vernemen''''
(vs.
den
raadslog
van den Heilige
Israëls, dat wij het
19).
Tot zulk een uittarten van God en een vermetel en roekeloos inroepen van het oordeel, komt men wel niet opeens. Eerst druppel voor druppel wordt het booze gif in de aderen onzer ziel
ingelaten.
De
eerste maal het een ander hoorcn zeggen, en zelf nog half er voor terugdeinzen, maar toch zwijgen. Een volgend maal reeds die schrik weg, en om zulke spottaal alsof ze geestig ware, meêgelachen. Dan ze uitlokken, dat een ander ze nogmaals hooren doe. Allengs er zelf een enkelen klank van op de lippen nemen, om anderer toejuiching in te oogsten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's