Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 69
63 de Bank verzekerd. Het is daarom voldoende, zoo bepaald wordt dat de genees- en heelkundige behandeling ten koste der Bedrijfsvereeniging komt, dat zij eveneens de begrafenisgelden heeft uit te betalen, en dat zij gedurende den wachttijd eene uitkeering aan den getroffene heeft te verzekeren. De omschrijving van den wachttijd is in den zin van de opmerking der Regeering gewijzigd, en door eene nadere bepaling omtrent de wijze waarop de wachttijd kan verkort worden, is voldaan aan het verlangen van die leden der Kamer, die tegen het noodeloos rekken van den wachttijd bij aanstonds gebleken onherstelbare ongeschiktheid, te recht bedenking opperden. Tegen misbruik van de geneeskundige verklaring is gewaakt door het inroepen van het oordeel van een tweeden geneesheer toe te staan, en bij verschil tusschen beider uitspraak, de beslissing aan een derden geneesheer, aan te wijzen door de Commissie van arbitrage, over te laten. Dat inmiddels genoten loon niet bij de 70 pet. bijkomt, maar in mindering daarvan moet strekken, was bedoeld, maar is thans
ook uitgedrukt.
De uitdrukking „dagloon" is met art. 8 hier en elders in overeenstemming gebracht. Dat de inkomsten van de Bedrijfsvereeniging niet anders mogen bestaan dan uit bijdragen der leden, is in het gewijzigd art. 71, sub 11, bepaald. Wat betreft een verbod aan de werkgevers ten deze, zoo zou eene daartoe strekkende bepaling, gelijk in het Kamerverslag te recht werd opgemerkt, elders in de Wet, niet in dit amendement thuishooren, overmits zulk verbod ook zou moeten slaan op werkgevers die niet bij eene Bedrijfsvereeniging zijn aangesloten.
Aan den wensch tot verzekering van genees- en heelkundige behandeling ook na afloop van den wachttijd, tot op den dag dat een getroffene rente trekt, is voldaan; en gelijke geneeskundige verzorging, voor zoover ze door de gevolgen van het ongeval vereischt wordt, ook aan den rentetrekker verzekerd bij toepassing van art. 85. Dat wordt voorgesteld door de Bedrijfsvereeniging 70 pet., en alzoo aan de werklieden onder haar ressort een meerder voordeel te doen verzekeren, dan aan de overige verzekerden door de Wet wordt toegekend, vindt zijne verklaring in de omstandigheid, dat het particuliere initiatief, omdat het op andere ivijze te werk gaat dan eene Rijksinstelling, meer ten behoeve van de werklieden doen kan, en het onbillijk zou zijn hun dit meerdere niet te waarborgen. 77. De verplichting tot uitreiking van een exemplaar van en Statuten zal vermoedelijk toch door de Bedrijfsvereeniging op hare leden worden overgedragen, gelijk zij van meerdere verplichtingen van dien aard zich wel niet anders dan door het intermediair van hare leden zal kunnen kwijten. Het is niet denkbaar, en volstrekt onnoodig, dat het bestuur voor een en ander afzonderlijke ambtenaren aanstelle. Maar juist daarom schijnt het geraden tegenover de Regeering en haar Bank zooveel mogelijk de Bedrijfsvereeniging zelve aansprakelijk te stellen. Dit vereenvoudigt de controle. Toegevoegd is uitreiking van een exemplaar der algemeene maat-
Art.
Wet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's