Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 66

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 66

2 minuten leestijd

54

Ge weet wat gebeurd

er onder Pekab, den zoon van Remalia, te

Samaria

is.

tegen dien goddeloozen nazaat van reeds zoo afgedoolde Juda David, Moloch-dienst, dien hij 't eerst gruwelijken den voorging in als koning invoerde. in Juda Te Samaria boog men de knie voor Baal, maar vlak bij Jeruzalem,

God

liet

Pekah tegen Achaz

los,

die het verbond brak en het toch

in het dal

Hinnoms, lag Davids nakomeling voor den Moloch,

die

nog

veel erger was, geknield. liet God den koning van Samaria tegen den afvalHgen Achaz en Pekah, die zijn leger op orde had, sloeg Juda's verwaarloosd leger zoo schrikkelijk, dat er van Juda honderd twintig duizend dooden vielen op één dag. Dat was de wrake Gods over Juda's afval, en daarbij was Pekah Gods instrument. Maar in zijn overmoed bedierf nu Pekah weer zijn eigen zaak. Niet genoeg toch, dat hij Juda zoo bloedig vernederd had, zijn overwinnend leger wilde zich nu ook aan Juda verrijken verrijken niet enkel door roof te rooven, maar ook door tweehonderd duizend mannen, vrouwen en kinderen in slavernij weg te voeren, en weg te voeren zoo smadelijk en verachtelijk, dat ze tal van Judaeërs naakt langs den

Daarom

los,

;

weg sleurden. En met dien

schandelijken buit trok het leger van Pekah, zegedronken,

naar Samaria terug.

Dit

was

schandelijk, het

was

misdrijf, het

was een

zich vergrijpen

aan de banden des bloeds, die de mannen van Samaria nog altoos aan Juda verbonden. Oded, de profeet, toog daarom ijlings het overwinnend leger tegemoet, om het in zoo waanzinnig misdrijf te stuiten. Dat ze Juda geslagen hadden, was naar recht, zoo betuigde Oded. De Heere zelf had Juda, om zijn afval, in Pekahs hand gegeven. Maar de kinderen van Juda en Jeruzalem tot slaven en slavinnen te willen maken, was den God der heirscharen tergen in het aangezicht. Daarvan moesten ze aflaten, en al die gevangen Joden en Jodinnen op staanden voet vrij naar hun steden en dorpen laten teruggaan. Want, zoo niet, de hitte van 's Heeren toorn zou vreeslijk tegen hen zijn. Toch liet het leger van zijn buit niet af. Door ging de tocht. En reeds naderde het jubelend en brooddronken heir, met den schandelijken slavenstoet, de hoofdstad.

Ook van Pekah wordt niet gemeld, dat hij tegenbevel Het scheen, of Odeds stemme niet was gehoord.

gaf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's