Als gij in uw huis zit - pagina 86
74
God de Heere heeft toch een afbeelding van zijn eigen Goddelijk Vaderschap in het vaderzijn van den mensch gelegd. Hij had de procreatie van ons geslacht ook op andere wijze kunnen verordineeren, zoo dat nooit een eenig mensch vader geworden ware. Maar zoo verordineerde Hij het niet. God maakte den mensch vader, door zijn ordinantie voor de voortplanting van ons geslacht. En nu nog, voor zooveel er menschen zijn, aan wie God het schonk een kind te verwekken, was het onze God die ze vader gemaakt heeft. Dan spiegelt Hij in zulk een mensch het beeld van zijn eigen Goddelijk Vaderschap af, en wil en eischt, dat wij in dit afgebeelde vaderschap zijn oorspronkelijk Vaderschap zullen eeren. Daarom dus moet een kind zijn vader eeren. Niet om de huislijke orde te bewaren. Niet omdat zijn vader hem onderhoudt. Niet omdat vader de oudere is. Maar omdat in de eere aan vader te bewijzen, onze Vader in de hemelen zijn eere moet ontvangen. Als ik een officier zijn epauletten afruk, misdoe ik niet tegen hem, maar tegen den koning, die hem die epauletten, als teeken van zijn macht op de schouders hechtte. En zoo ook, als een kind zijn vader eere en hulde onthoudt, tast het niet den zondigen mensch, maar randt het God aan, die de afschaduwing van zijn Goddelijk Vaderschap op
hem
het afdalen.
Uw
vader en moeder
En wie rooft zijn
te eeren,
is
in
hen
uw God
te eeren.
vroom te zijn, en tegen het vijfde gebod ingaat, ontGod met de hnkerhand, wat hij met de rechter op zijn altaar zegt
offerde.
Doch ook wie vader op aarde is, ziet zich in dat stuk der eere Gods een hoogst ernstigen eisch gesteld. Ge kunt het Vaderschap Gods in uw eigen vaderschap over uw kinderen schoon en sprekend, maar ge kunt het ook onoogelijk en valsch afspiegelen. Dan ontstaan die
harde toestanden, dat ge uw kinderen niet tot eerbetoon en liefde uitlokt, maar strijd in ze wekt, strijd tusschen den afkeer van uw persoon en de eere die ze aan uw waardigheid als vader schuldig zijn. De heilige apostel noemt dat: zijn kinderen tergen. Teeischenrge moet mij eeren, en inmiddels ze prikkelen, om u te verachten, of althans te minachten. Iets wat voor het kind zeer zeker nooit het vijfde gebod opheft. Dit blijft onwrikbaar als een rots staan, gelijk alle Gods geboden. Maar wat voor uw kind een zware verzoeking tot zonde wordt. Een verzoeking die van u uitgaat, om uw kind te verderven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's