Als gij in uw huis zit - pagina 263
251 trots en hoogmoed, in het reinigen van uw hart. des geloofs, vrucht tot eere van uw God, moet er zijn in uw betrekking lot uw man of vrouw, in uw zorge voor de kinderen, die uw God u gaf, in uw verkeer met uw broeders en zusters, in uw verhouding tot uw dienstbaren, of, zoo ge zelf dienstbaar zijt, in uw verhouding tot wie over u gesteld zijn. En zoo ook, vrucht des geloofs, vrucht tot eere van uw God, moet er aan de twijgen uwer ziel bloeien en rijpen, bij het u kwijten van uw levenstaak, bij het verzorgen van alle ding dat u is toevertrouwd, bij het volvoeren van de dagelijksche levenstaak, bij het afdoen van wat u eiken dag als taak is opgelegd. In en bij dit alles, zult ge als geloovige, als kind van God, u niet tevreden stellen met een vrucht van burgerlijke gerechtigheid, maar zult ge een vrucht des geloofs dragen, en elke dag is verspeeld en verzondigd, waarop de hemelsche Landman die geloofsvrucht niet
dempen van uw Vrucht
aan
uw
takken vindt.
Zoo keert Jezus met dat diepe woord
:
„Zonder mij kunt
gij
niets
zoekt er u meê op in uw woning. Hij roept het u toe eiken morgen en eiken avond. Hij verzelt er u mede bij allen arbeid. Hij fluistert het u in bij elke moeilijkheid, waarvoor ge in het dagelijksch leven komt te staan. Niets zonder levensverband met mij. Gij staat, als geloovige, niet
doen,"
ook
tot
u
in,
in
uw
huis.
Hij
op u zelf. Gij zijt niet zelf een boom, met eigen wortel, maar slechts een tak, een twijg, een rank. Niet in u, in mij alleen is de wortel, en alleen uit dien wortel kan het levenssap des geloofs u toekomen. Wat wildet gij dan doen zonder mij? Zij het dus al, dat gij matiglijk leeft, en stil uw arbeid verricht, en vrede houdt met wie om u zijn, toch is dat alles nooit een geloofsvrucht, als het uit u zelven opkomt, als gij dat in eigen kracht zoo wrocht. Ge teelt dan niet anders dan een wrange, bittere, wormstekige vrucht, die uw God niet tot zijn eere plukt, maar als onbruikbaar wegwerpt juist zooals gij in den herfst het onrijpe, aangestokene ooft uitschiet, om alleen het goede, rijpe ooft in uw korven te ;
verzamelen.
uw
leven een leven des geloofs zijn, en een vrucht des geloofs dragen, dan komt al dit eigen werk niet eenmaal in aanmerking, en telt alleen datgene meê, wat uit Jezus in u kwam, en door hem, door zijn gemeenschap, door het uit hem u toevloeiend
En daarom,
zal
levenssap tot een vrucht des geloop gemaakt
is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's