Als gij in uw huis zit - pagina 220
208
I
de opgewekte, overspannen toon bijna niet duldt dat de lach een oogenblik van om de lippen wijke. Het verkeer in zulk een gezelschap grijpt zelfs de zenuwen vaak zoo sterk aan, dat men zekeren tijd van overgang noodig heeft, om zijn gewone doen te komen, of den slaap te kunnen vatten. weer Het is een „opzetten" van het leven, een saam „opschroeven" van het leven, een gedwongen zich „inwerken" in een lachenden en ginnegappenden toon, die niet natuurlijk, maar gemaakt is, en die meest den indruk maakt, alsof men de innerlijke holheid en leegheid van zijn omgang door kwinkslag en aardig woordspel wilde bedekken. Als men dan zoo lachen en giebelen kan, en zich tot in het dwaze toe opwindt, dan waant men eerst recht gelukkig te zijn, en een huisgezin waarm die toon heerscht, noemt men „prettig" en „gezellig". Maar de Schrift oordeelt anders. Zij doorziet de innerlijke onwaarheid van dit spel der opgewondenheid, en roept u daarom toe Treuren is beter dan zóó te lachen. Immers onder zulk lachen lijdt het hart vaak schade, terwijl omgekeerd droefheid des aangezichts het hart vaak betert.
waarin
m
:
Nu
versta men dit woord niet verkeerd; en bega niet de fout van het ééne uiterste in het andere te vallen. Ook in dat andere uiterste schuilt zeer ernstig gevaar. Een uiterste, daarin uitkomende, dat men opzettelijk alle vrijere, vroolijke uiting van het hart onderdrukt, meer de gal op het bloed, dan liet bloed op de zenuwen laat werken, en er nu zeker behagen in schept, om een somber gelaat te vertoonen, en zuchtend en uit
klagend anderen tot last te zijn. Ook dit is onnatuur, door de Heilige Schrift niet geboden maar gewraakt. Een onnatuur, die behagen schept in het maken van zeer geestelijk vertoon, een opzettelijken indruk van vroomheid wil maken, allicht in geestelijken hoogmoed verloopt, en eindigt met het hart ongevoelig te maken voor den gewonen indruk van ons menschelijk leven. Dan is er geen dank en geen lach van blijdschap, voor het vele goede dat ons van onzen God toekomt. Een zucht is er, maar geen loflied. Altoos een nazeggen van het: „Ik ellendig mensch", maar geen Halleluja op de lippen.
nu is geen „treuren". „Treuren" moet uit het hart komen, het moet een uiting zijn van den wezenlijken „honger en kommer" die ons innerlijk leven vervult, Dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's