Als gij in uw huis zit - pagina 180
:
168
was schoon en
rijk, en maakte tevens begrijpelijk, „ew het brood der luiheid eet ze nieV\ Dat doet wel een vrouw die zich op het glimmen van haar gangen verhoovaardigt, en voorts de huiselijke zaken loopen laat. Maar dat doet niet de vrouw, die letterlijk van 's morgens vroeg tot 's avonds laat bezig is, om heel de beweging van het leven in haar huis te bespieden en te leiden, en den gang, of wilt ge de gangen van dat leven tot in de kleinste bijzonderheden kent.
Die
uitlegging
waarom
er
bij
staat:
Een vroom en kundig huisvrouw blijft
nog dit aan toe: „Een haar stoel zitten, om als van den huislijken troon uit haar orders en instructies te geven, maar ze beschouwt met eigen oog de gangen van haar huis, d. w. z. ze is zelve overal bij, en regeert haar huis niet als een officier door orders, maar veel meer gelijk het een zorgende moeder betaamt, door haar persoon". Dat beduidt natuurlijk niet, dat ze dus geen regel en geen vaste goede
uitlegger voegde hier
op
niet
want waar die ontbreken, mist het leven gang. en komt het huislijk leven niet vooruit. Dat ziet ge wel in die verwaarloosde huisgezinnen, waar men altijd slooft en nooit gereed komt, en waar eindelooze verwarring eer den indruk maakt alsof men rusteloos aan het verhuizen was, in stee van rustig instructie
Daar
aangeeft,
tobt en sukkelt het,
in zijn huis te wonen.
Beide en
die
moeten er zijn, het leven gang moet er in blijven ,
gestadig het oog op heeft en er
bij
in
huis moet vasten gang hebben
doordat de vrouw des huizes er is. Eerst dan ook kunt ge zeggen
de gangen van haar huis." En als ge dit dan slaan laat op al wat de Kantteekening opsomt, en in de orde waarin zij het opsomt, waarlijk, dan behoeft ge niet te vreezen, dat zulk een vrouw het brood der luiheid zal eten. Eer rijst dan de vraag, hoe houdt die teedere vrouw het uit? „Zij heschouict
Let er nu op, dat de orde waarin de Kanlteekenaar haar bezigheden opsomt, niet is Eerst de kamers, de meubelen, en het geld, en dan de dienstboden en de kinderen, maar omgekeerd eerst de kinderen, dan de dienstboden, en eerst daarna meubelen, geld en kamers. De kinderen gaan voor. Zij zijn de levende have. De van God u toevertrouwde panden. De gedoopten in zijn heiligen Naam. En een vrouw des huizes, die de kinderen aan een kindermeid, aan een „bonne" of gouvernante overlaat, om zelve vrijer te kunnen uitgaan, beter haar meubelen te kunnen nazien, en rustiger aan haar handwerk te kunnen voortborduren, zal haar oordeel van God dragen, omdat ze als moeder haar plicht heeft verzaakt. :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's