Als gij in uw huis zit - pagina 199
187
XLIV.
TN
HET MIDDEN DER BENAUWDHEID. (tegenspoed.)
Als
ik
maakt
in het midden der benauwdheid levend; uwe hand strekt Gij uit toorn mijner vijanden, en uwe rech-
wandel
Gij
mij
tegen den terhand behoudt
mij.
Psalm 138
:
7.
„Benauwd" is zulk een bang woord. maar Niet als men benauwd is, uit gebrek aan moed des geloofs als men het „benauwd" heejt. Zelfs in stoffelijken en in lichamelijken zin is dit waar. Als in een vertrek, waar ge zit te arbeiden of ligt te sluimeren, de frissche lucht opraakt, of de hitte te onevenredig is opgedreven, zoodat uw ademhaling belemmerd wordt, dan kan dat gemis aan lucht u een gevoel van benauwdheid geven, dat u het bloed naar het hoofd ;
jaagt.
Of ook
als er
inwendig
in
uw
lichaam
iets
op
uw longen
drukt,
asthma u kwelt, of de slijmhoest u geen rust laat, o, dan kunnen ook die hchamelijke kwellmgen het u zoo bang en benauwd maken, dat ge gedurig een gevoel hebt, of ge er of de keel u gezwollen
is,
of
in stikken zult.
En
toch, die
benauwde
lucht en die lichamelijke
beklemming
zijn
van God verlaten mensch opzettelijk dit stikken in kolendamp gezocht, om aan een heel andere, veel banger benauwdheid te ontkomen. Neen, de bangste benauwdheid benauwt niet het lichaam en niet de longen, maar de ziel; den geest in u. Ook deze heel andere benauwdheden kunnen u dan wel zoo diep roeren, dat ze zich ook aan uw longen mededeelen, door de persing van uw hart, en u met open mond naar adem doen hijgen, maar dan is die lichamelijke benauwdheid toch slechts bijkomstig, en de eigenlijke benauwdheid beklemt hart en ziel. Het vreeselijkst zal die innerlijke zielsbenauwdheid natuurlijk eens in de plaats der buitenste duisternisse zijn, als het vuur dat u verteert, nooit, nooit meer zal kunnen gebluscht worden, en de worm die rusteloos aldoor knaagt aan de vezelen van uw hart, nooit, nooit zal sterven; maar zoo helsche benauwdheid is er thans nog niet. Iets van zóó helsche benauwdheid wordt soms wel in de worsteling
nog het bangste
niet.
Soms
zelfs
heeft een
der bekeering geleden, als de benauwde
ziel
zich zelve voor het eerst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's