Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 17
13
HOOFDSTUK Van den Raad van
IV. toezicht.
Artikel 19.
Op den toestand en het beheer der Rijksverzekeringsbank wordt toezicht uitgeoefend door een Raad van toezicht. De Raad van toezicht bestaat uit ten hoogste negen leden, die door Ons worden benoemd, geschorst en ontslagen. De leden worden voor een derde gedeelte uit de werkgevers en voor een derde gedeelte uit de werklieden benoemd. Na verloop van drie jaren na het in werking treden dezer wet treedt iedere twee jaren op den Isten Juli een derde gedeelte der leden af volgens daarvan op te maken rooster. Die ter vervulling eener plaats, welke binnen den bepaalden tijd is opengevallen, tot lid van den Raad is benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degeen, in wiens plaats hij benoemd is, moest aftreden.
De aftredende is eerst na verloop van één jaar weder benoembaar ten ware zijn lidmaatschap, dat met zijn aftreden eindigde, nog geen drie jaren geduurd had. In geval van vacature doet de Raad Ons eene aanbevelingslijst van ten minste twee personen toekomen. Uit de leden wordt door Ons een voorzitter aangewezen. Aan den voorzitter en de overige leden van den Raad worden presentiegelden toegelegd; zij ontvangen geene bezoldiging. Aan den Raad kan door Ons een secretaris worden toegevoegd, zoo noodig op eene door Ons te bepalen bezoldiging. Hem Avordt door Ons eene jaarlijksche vergoeding voor bureelkosten toegelegd. De secretaris wordt benoemd voor den tijd van vijf jaren, maar kan te allen tijde door Ons worden geschorst of ontslagen. Tot regeling der werkzaamheden van den Raad worden door Ons, den Raad gehoord, de noodige voorschriften gegeven.
HOOFDSTUK Van den omvang
V.
der schadeloosstellingen en de berekening daarvan.
Artikel 20.
De
Rijksverzekeringsbank verleent den verzekerde, wien een ongeval overkomt in de uitoefening van het bedrijf, als schadeloosstelling genees- en heelkundige behandeling of vergoeding daarvoor volgens regelen bij algemeenen maatregel van bestuur te "
stellen.
Artikel 21. Indien het ongeval in artikel 20 bedoeld ten gevolge heeft, dat de verzekerde eene week na den dag van het ongeval naar het oordeel van den door het bestuur der Rijksverzekeringsbank aangewezen geneesheer niet in staat is in 'de onderneming van zijn werkgever werkzaam te zijn, ontvangt hij van de Rijksverzekeringsbank bovendien eene tijdelijke uitkeering van den achtsten dag na het ongeval af gedurende den tijd van zijne ongeschiktheid maar uiterlijk tot den twee en twintigsten dag na het ongeval.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's