Als gij in uw huis zit - pagina 162
150 Niet alsof de „huissloof" voor de Schrift het ideaal zou zijn. Het soort karakterlooze vrouwen, die in haar huishouden verzinken en er niets dan de afdruk van zijn, gaat veeleer lijnrecht tegen het woord
van den Spreukendichter in. Om „de gangen van zijn huis te beschouwen", moet men er hoven staan, en hooger standpunt innemen, en dus in geestelijk contact leven met die heiliger wereld, waaruit stuur ook voor het huislijk leven
moet afdalen. Voor een vrouw
die God vreest, is ook het leiden van de gangen baars huizes een zaak van gebed. Voor de „huissloof" nemen we dus waarlijk het pleit niet op. Maar als ge anders vraagt waar ons volk meer bate bij heeft, en waar het Koninkrijk Gods meer door wordt bevorderd, door een vrouwelijk leven dat in veel lectuur, in veel bezoek, in veel uitgaan en voorts in wat buitenshuische „Christelijke werkzaamheid" opgaat; of wel door een leven der vrouw, dat er op gericht is, om een warm en bezielend middelpunt van den huislijken kring te zijn, zich te wijden aan de opvoeding der jongere en de ontwikkeling der oudere kinderen, het lichamelijk en geestelijk welzijn van haar dienstvolk ter harte te nemen en van huis tot huis aangename vriendschapsbetrekking tusschen wie aarzelt dan te erkennen, dat het de familiën te onderhouden laatste verreweg de interessantste, de rijkste, de edelste vrouwelijke existentie schept?
—
Ongetwijfeld heeft ook het leven buitenshuis zekere plichtmatigheid, nooit anders tenzij het gedurig van uit het middelpunt des huislijken levens leiding en richting ontvange. Al wat ook in dat leven buitenshuis mv hart niet raakt, is afgetrokken en dor, en uw hart vindt nu eenmaal naar Gods ordinantie geen anderen haard, waaraan het zijn gloed kan ontleenen, dan in het door God uitgedachte, door God uitgewerkte, door God geschapen
maar toch
huisgezin.
Waar dat gezinsleven gaaf en gezond is, vindt ge en jong, die ook gezond van harte zijn. En een volk bezit zelfs als volk nooit deger kracht, nooit hooger standpunt innemen, dan wanneer uit bezielende huislijke leven kracht en gloed ook in de
menschen, oud en kan het
als natie
warme en
aderen van het
nationale leven uitstroomt.
Dat zoo menig ernstig man tegen het hand over hand toenemen van het leven buitenshuis in sociëteit, in melk- of bierhuis ijvert, is dan ook niet omdat er op zichzelf in zulk een bierhuis kwaad zou zijn maar omdat de veerkracht van het huislijk leven er schade door lijdt, en die schade afbreuk doet aan de zedelijke waardij van het ;
opkomend
geslacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's