Als gij in uw huis zit - pagina 115
103 er door wint, en, kortom, beter kans hebt,
om
ten goede op
hem
in
werken.
te
Onder
oogen zal de overtreder Hchter zijn schuld bekennen, oprechter zijn, terwijl hij in anderer bijzijn zich zal pogen te handhaven, en licht neigt tot brutale leugen. Anderer bijzijn prikkelt licht tot verzet, en lokt uit om u te tarten. Waar dan het gevolg van is, dat straf in anderer bijzijn vaak wel vier
openhartiger,
tot
onderwerping
in schijn
Zoo spreekt men thans
leidt,
maar wrok
in tamelijk
in het hart
laat
zitten.
algemeenen kring, en ongetwijfeld
steekt in deze voorstelling waarheid.
Alleen zeer die
maar
beslist
zondigen
kan niet altoos doorgaan, want de Schrift spreekt van gevallen, waarin de regel geldt: „Bestraf hen aller tegenwoordigheid, opdat ook de anderen vreeze
ze
ook in
mogen hebben." Dat de heilige apostel Paulus in dit verband alleen doelt op Dienaren Woords en Ouderlingen die zich kwamen te misgaan, doet na-
des
tuurlijk niets ter zake.
De regel, die hier gesteld wordt is van algemeene strekking, en die regel zegt u, dat bestraffing in aller tegenwoordigheid pHcht van Godswege kan
zijn,
In het huisgezin beduidt dit dan, dat ge bestraft als alle huisgenooten aan den disch, of na den disch onder de lezing van Gods Woord, bijeen zijn.
En nu valt de nadruk natuurlijk op dat zondigen. „Zondigen" is een sterker uitdrukking dan ondeugend zijn. „Zondigen" draagt een ernstiger karakter. „Zondigen" duidt op een kwaad, waarin schending van de ordinantiën Gods plaats greep. Liegen, bedriegen, stelen, gemeenheid, brutaliteit, sarrend plagen, spotternij met het heilige enz., dat alles zijn booze verschijnselen, die onder het „zondigen" vallen. Als b. V. een kind of een dienstbode om half zeven in plaats van om zes uur opslaat, indien opstaan te zes ure hem geboden was, dan is dat te laat opstaan wel verkeerd en wel kwaad, maar daarom nog geen „zondigen'', en komt het „zondigen" er eerst in, zoo dat kind of deze dienstbode het gezag veracht, zich opzettelijk niet stoort aan het gegeven gebod, en bij het ontvangen van een berisping zich aanstelt, als stond het hem vrij, om te gehoorzamen of niet te gehoorzamen. Gemeenlijk nu keeren de menschen hierbij den regel om. Zulk een niet doen van wat gezegd is, nemen zij zeer hoog op, en op de verachting van het gezag letten ze nauwelijks. Ze toornen als hun eigen gebod niet gehouden wordt, maar de overtreding van Gods gebod laat hen koud.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's