Als gij in uw huis zit - pagina 28
16
uw
maar iets verstondt van wat het is, uw dagen ge een wijs hart bekomt? Helaas, zoovelen, als ze sterven, hebben bijna vergeefs geleefd. Van wat het is, in zijn leven iets uit te voeren, hebben ze nooit het stil geheimenis verstaan. En als ten leste hun levensdraad is afgesponnen, doen ze u denken aan een palmboom in de woestijn, wiens vrucht nooit nut kon doen, omdat er niemand was, die die vrucht geplukt heeft. Hun leven is er wel geweest, de krachten waren er wel, maar die kracht is niet gebruikt, dat leven niet aangewend. Het is alles verkwist en verspild. En dit nu is niets minder dan een levens zonde. Een verzondigd leven. Want in zonde verzinkt al wat gij niet richt op cZa^ oogmerk, waartoe God het u gegeven heeft. En daarom mogen vooral Gods kinderen wel toezien. De Italiaan spreekt van zijn dolce far niente, d. i. van het zalige nietsdoen; maar ook onder koeler hemel, waaronder het w^erken zooveel lichter valt, behoeft ge die beminnaars van het „zalige nietsdoen" heusch niet met een lantaarn te zoeken. Tegen al wat spant en inspant wordt opgezien. 3Ioet het ja, dan arbeidt men, maar men is o, zoo gelukkig als het maar weer af is, en het „zalige nietsdoen" w-eer kan begonnen. Zelfs merkten vreemdelingen meer dan eens op, hoe w4j Nederlanders in hooge mate traag van aard zijn, en ons aan het dege, krachtige werhen en c?oorwerken en a/werken veel te weinig hebben gewend. met
zóó
tijd,
of ook
te tellen, dat
En
zeg
nu
dat tóch al w^e met handen brood verdient, van avonds zich afslooft; want laat zulk een man, die eerst hard moest werken, rijker worden, en opeens heeft zijn werken uit. Niet van werken om brood, maar van werken om Gods wil is hier sprake. Van het besef, dat God u tot iets roept, u een taak oplegt, iets van u wil. Van uw Goddelijk beroep, gelijk onze vaderen het 's
morgens
tot
niet, 's
daarom noemden.
En vraag u dan eens af, hoe weinigen ze zijn, die zoo, èn in hun in hun avondgebed, hun leven opvatten, hun leven
morgengebed èn
narekenen, en gestadige critiek op hun eigen leven uitoefenen. Maar bovendien, die ééne bepaalde arbeid is nog al uw arbeid
niet,
waartoe God u riep. Hij geeft u niet alleen spieren en in die spieren kracht, om te spitten of een hamer te hanteeren, maar Hij gaf u ook heel andere krachten. Of is uw hoofd dan ledig, is uw haj^t een uitgeschud vat? En gaf God u die krachten in hoofd en hart dan voor niet, zonder doel, zonder oogmerk, om ze ongebruikt, ongeoefend te laten, en dien akker van uw innerlijk leven braak te laten liggen voor zijn aangezicht?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's