Als gij in uw huis zit - pagina 256
;
244 wie nog aan Gods Woord vasthoudt heet een bekrompen, door duisternis beneveld man. Vroeger werd er ongetwijfeld op het verleidelijk gebied der zinnen evengoed gezondigd als in onze dagen, maar men schaamde er zich nog voor, en bleef in de publieke opinie huwelijkstrouw en kieschheid Nu daarentegen is alle gevoel van schaamte afgeworpen eeren. publiek beredeneert men, dat de vrije liefde boven het huwelijk eere heeft, dat voor jonge personen kuisch blijven spelen met hun gezondheid, en dus zonde is in allerlei geschrift, tot zelfs in deftige tijdschriften wordt de vleescheslust openlijk aangeprezen op het tooneel ontziet men niets meer zelfs de vrouw begint al schaamteloozer in dien toon meê te zingen. En wie nu uitgelachen en op de kaak gesteld wordt is niet meer de lichtmis, maar omgekeerd de huisbakken, de spiessbürgerliche, de bekrompen en nauwelijks meetellende vrouw, die nog in schaamte haar eere stelt, in stille huwelijkstrouw haar geluk zoekt, en in het mysterie van het gezin de wereld van haar weelde vindt. Zoo wordt alles in zijn tegendeel omgezet. Niet vader en moeder onderrichten de kinderen, maar de kinderen komen thuis met allerlei nieuwe snufjes op zedelijk gebied, en pogen die hun ouders aan het verstand te brengen. Moeder kan daar zoo niet inkomen, en vader is te suf om het te begrijpen, maar zij, jonge knapen en jonge deernen, weten het. Vader en moeder hadden zich op hun ouderwetsch nog ingebeeld, dat hun kinderen hen eeren moesten, maar dat is ganschelijk mis. Kinderen zijn niets aan hun ouders verschuldigd. Wat ouderliefde heette, is niets dan puur ëgoisme. En hun ouders mogen nog dankbaar zijn op den koop toe, zoo hun kinderen ze niettegenstaande hun achterlijkheid en bekrompenheid, zoo al niet eeren en liefhebben, dan ten minste nog dragen en dulden. •
ling,
en
achterlijk,
;
;
;
Wat Jesaia in zijn vierde Wee u ! vervloekt, is dus niets te kras geteekend. Ge vindt het thans weer letterlijk zoo in uw eigen land, in uw eigen letterkunde, in de gesprekken van het opkomend geslacht, in de theorieën die men rondvent. Allen band werpt men af, alle toom en teugel wordt voor den grond geworpen. Men leeft naar zijns harten lust, en schuwt de teug van geen enkele zonde. En terwijl men alzoo feitelijk een leven leidt dat lijnrecht tegen Gods ordinantiën mdruischt, maakt men nu eerst zichzelven diets, en gaat dan voor anderen beredeneeren, dat het zóó geen zonde, dat het zoo volkomen natuurlijk, dat het zoo eigenlijk eerst recht goed is, en dat al wie nog vasthoudt aan die oude wijvenpraat van braafheid en kuischheid en ingetogenheid en vroomheid, geen beter naam verdient dan van hehrompen duisterling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's