Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 83

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 83

2 minuten leestijd

71

Die van den vader voor zijn kind is ambtelijk. En zoo ook is het met de verantwoordelijkheid van den

man voor de vrouw. Hier is een bijzondere plicht, een phcht van eigen soort en orde, door God en van Godswege aan den man opgelegd.

XVII.

BEN IK EEN VADER, WAAR (de

IS

MIJN EERE?

vader.)

Een zoon zijnen heer

;

zal den vader eeren, en een knecht ben Ik dan een vader, waar is mijne

eere? en ben Ik een heer, waar is mijne vreeze? zegt de He ere der heirscharen tot u, o priesters, verachters mijns naams Maar gij zegt Waarmede verachten wij uwen naam? Mal. 1 6. :

!

:

Uw

God

Wie

te dienen

dient

is

en

uw God

in dat dienen

te eeren, is volstrekt niet hetzelfde.

Jcnecht,

en voleindt

zijn

knechtschap door

gehoorzamen en te volbrengen al wat hem was opgelegd. Vandaar dan ook, dat in den dienst van den Heere onzen God dat knechtschap op den voorgrond staat. „Dienstknecht des Allerhoogsten" te wezen is een eeretitel, en „knecht Gods" staat zóó hoog, dat het aan alle engelen en menschen, met den Middelaar Gods en der menschen gemeen is. Ook de Middelaar heet de „lijdende knecht

stipt te

Gods". In onze

taal is bij het benoemen van den band die ons aan God dienen van God zelfs derwijs op den voorgrond getreden, dat „Gods- dienst^ er de naam voor geworden is, en het veel schooner woord van Gods-vrucht er geen stand voor hield. Want wel poogden onze vaderen in de dagen der Reformatie, toen de Godsvrucht weer dieper dan het dienen ging, er den naam van Religie

bindt,

dat

^

voor in de plaats te stellen, een naam die niet op het dienen, maar op het eeren van God wijst. En zoo spraken zij dan ook, en spreken wij nog vaak in onze kringen van Christelijke religie en Gereformeerde religie; maar in het algemeene volksbesef drong die edeler naam niet ,

door.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's