Als gij in uw huis zit - pagina 171
159 In alles
de
handen
der discipelen
was
niets overgebleven.
Zij
hadden
uitgedeeld.
Neen, er was overgebleven bij de schare. De eerst hongerige menigte had te veel. Ze was nu verzadigd en hield over. Er was meer dan zij ten goede gebruiken kon. Wat toen overschoot schijnt de schare zoo al niet weggeworpen, dan toch achteloos op den grond te hebben gelegd. Allhans er ligt in wat de Christus zegt iets bestraffends. Hij sprak: „Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren
ga.'''
zou de Christus niet gezegd hebben, bijaldien de schare die brokken bij zich gestoken had, om ze op den terugweg of thuis op te eten. Dan toch waren ze niet te loor gegaan maar gebruikt. Wat de Christus sprak, onderstelt derhalve, dat de achteloosheid der schare die brokken zou hebben doen verloren gaan, en het is hiertegen, dat Jezus als tegen een zondig iets opkomt. Dat mag niet. Er mag niets verloren gaan. En opdat er niets verloren ga, ontvingen toen de discipelen, en door hen de kerk van alle eeuwen, het bevel des Heeren, dat we steeds en op elk terrein de „overgeschoten brokken" vergaderen zullen. Dit
er, dank zij de onderwijzing in het Woord, bij onze en niet minder bij onze moeders, in vroeger geslachten, dan ook in gezeten en nog is het m goed Gereformeerde gezinnen regel, dat hier streng op worde gelet. Dit merkt men aan de uitdrukking: H Is zonde. Een uitdrukking, die uit den Gereformeerden kring wel overging in het gemeene spraakgebruik en in dat gemeene spraakgebruik alle beteekenis verloor, maar die oorspronkelijk, en op de lippen onzer Calvinisten beduidde: Ge moogt niet roekeloos omgaan met wat overschiet, want ook het eten dat overschiet is door God geschapen, en met hetgeen God
Dat
heeft
vaders,
;
schiep oneerbiedig
om
te
gaan,
is
zonde.
—
Dus niet: Daar had een arm mensch nog van kunnen eten, of: Daar had een uitgemagerde hond of neergestreken musch nog iets van kunnen hebben neen maar: Ge moogt de overgeschoten brokken niet verwaarloozen, omdat God ze schiep, omdat ze van God zijn, en roekeloos te spelen met iets wat God schiep, zonde is. Een kind van God, althans zoo hij de hooge genade ontving om als Gereformeerd Christen, de zuiverste kennis van den wil zijns Vaders ;
—
ontvangen, brengt alle ding in verband met zijn God. Dat verband, waarin hij met zijn God staat, heheerscht heel zijn leven, en het is uit dien hoofde, dat hij a/Ze roekeloosheid of verwaarlooziiig van wat ook, bestempelt met den naam van zonde. te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's