Als gij in uw huis zit - pagina 31
19
Want in zonde verzinkt al wat gij niet richt op dat oogmerk, waartoe God het u gegeven heeft. En daarom mogen vooral Gods kinderen wel toezien. De Italiaan spreekt van zijn dolce far niente, d. i. van het zalige nietsdoen maar ook onder koeler hemel, waaronder het werken zooveel lichter valt, behoeft ge die beminnaars van het „zalige nietsdoen" heusch niet met een lantaarn te zoeken. Tegen al wat spant en inspant wordt opgezien. Moet het ja, dan arbeidt men, maar men is o, zoo gelukkig als het maar weer af is, en het „zalige nietsdoen" weer kan begonnen. Zelfs merkten vreemdelingen meer dan eens op, hoe wij Nederlanders in hooge mate traag van aard zijn, en ons aan het dege, krachtige werken en cZoorwerken en a/vverken veel te weinig hebben gewend. leven.
;
En
toch al wie met handen brood verdient, van avonds zich afslooft; want laat zulk een man, die eerst hard moest werken, rijker worden, en opeens heeft zijn werken uit. Niet van werken om brood, maar van werken om Gods wü is hier sprake. Van het besef, dat God u tot iets roept, u een taak oplegt, iets van u wil. Van uw Goddelijk beroep, gelijk onze vaderen het 's
zeg nu
morgens
tot
niet, dat 's
daarom noemden. En vraag u dan eens af, hoe weinigen ze zijn, die zoo, èn in hun morgengebed èn in hun avondgebed, hun leven opvatten, hun leven narekenen, en gestadige critiek op hun eigen leven uitoefenen. Maar bovendien, die ééne bepaalde arbeid is nog al uw arbeid niet, waartoe God u riep. u niet alleen spieren en in die spieren kracht, om te een hamer te hanteeren, maar Hij gaf u ook heel andere krachten. Of is uw hoofd dan ledig, is uw hart een uitgeschud vat? En gaf God u die krachten in hoofd en hart dan voor niet, zonder doel, zonder oogmerk, om ze ongebruikt, ongeoefend te laten, en dien akker van uw innerlijk leven braak te laten liggen voor zijn aanHij
spitten
geeft of
gezicht? Wijst dit dan ook niet op een roeping? Spreekt dit ook niet van een levenstaak? En is er dan niet maar al te vaak bittere klacht over gebrek aan nadenken, over harteloosheid en soms volkomen ontstentenis van innerlijken arbeid, omdat die arbeid van hoofd en hart u niet als plicht wordt opgelegd en ook niet wordt betaald? o, Als ge op een kerkhof rondwandelt, en ge komt er in, hoeveel .
.
.
dooden daar rusten, die gekomen en gegaan zijn, zonder dat er een denkend leven in hun hoofd, een minnend en toewijdend leven in hun hart ontwikkeld was, van wat verwoesting en vernietiging van goddelijke kracht spreken u dan die graven niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's