Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 109

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 109

2 minuten leestijd

97

XXIII.

BEN IK MIJNS BROEDERS HOEDER? (broederliefd e.)

En de Heere zeide tot Kaïn Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder? Gen. 4 9. :

:

Indien er ooit sprake kan zijn van een „gevleugeld woord", dan komt wel aan Kaïn de droeve eere toe, zulk een de eeuwen tartend woord over zijn lippen te hebben uitgebracht.

Schier heel de historie der wereld ligt tusschen hem en ons in, en toch is het of zijn booze uitroep: „Ben ik mijns broeders hoeder?" in meer dan honderd talen overgezet, nog steeds wint in beteekenis, en nog snijdender dan ooit vroeger tot in de binnenkamer van ons hart doordringt.

Kaïn was in dien harden, stootenden uitroep zoo stuitend oprecht. De zonde bestond nog te kort op aarde ze kwam pas op en had nog den tijd niet gevonden, om zich in het huichlend gewaad onkenbaar te maken. ;

Zooals ze

woord naar

in

het vergiftigde hart

opkwam, zóó

;

giftig

trad ze in het

buiten.

naaste toegepast, was de zonde de verstoring der liefde, verbreking van den band, de verscheuring van allen geestelijken

Op den de

samenhang. Abel was

en Kaïn was er, en die beiden waren twee los naast elkaar geplaatste individuen. Zooals de gebergten van Ebal en Garizira elk op zichzelf tegenover elkander lagen, zoo ook stonden die twee mannen, voor Kaïns besef, als twee machten tegenover elkander. Abel hoefde voor hem niet te zorgen. Maar wat zou hij zich dan ook op zijn beurt om Abel bekreunen ? Als hij Abel verdeed, stond het voor hem. Kaïn, nóg beter. En daarom versloeg hij dien man, die tegenover hem stond. En na dien moord gevraagd, waar Abel was, draagt Kaïn het booze hart op zijn tong, en stelt roekeloos en rauwelings de ruwe wedervraag: „Ben ik mijns broeders hoeder?" In die vraag ligt alzoo principieel en onverbloemd de ontkenning, dat we saam hooren de loochening van de liefde die ons saam moet binden het stoppen van den mond aan de stem van het ééne bloed, ^er,

;

;

7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's